Logo

De volgende uitdaging voor Holst Centre: industriële slagkracht

Conclusie bij Holst Innovation Day: "Europa mist nog altijd het industriële zelfvertrouwen om tech om te zetten in wereldwijde bedrijven."

Published on July 4, 2026

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten and Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten with host Irene Rompa - © Bram Saeys

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten and Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten with host Irene Rompa - © Bram Saeys

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Europa is bijzonder goed in het voortbrengen van zaken waar we trots op mogen zijn. Een doorbraak in een lab. Een veelbelovend prototype. Een spinoff met slimme technologie en een eerste klant. Een nieuw publiek-privaat programma met een lange lijst partners. Maar dat is nog iets anders dan een industrie opbouwen.

Dat was de onderliggende boodschap tijdens een paneldiscussie op Holst Centre Innovation Day, waar TU/e-rector Silvia Lenaerts, Techleap-speciaal gezant Constantijn van Oranje, Holst Centre-medeoprichter Henk van Houten en Naomie Verstraeten, Chief Innovation & Technology Officer bij Brainport Development, hun vizier op de toekomst richtten.

Watt Matters in AI 2026

Hun conclusie was niet dat Brainport momentum mist. Integendeel. De regio beschikt over onderzoek van wereldklasse, internationaal relevante bedrijven en een dicht netwerk van toeleveranciers, engineers en kennisinstellingen. Maar de volgende fase vraagt om een ambitie van een ander kaliber: minder versnipperde inspanningen, minder barrières tussen onderzoek en bedrijfsleven en een veel sterker instinct om op schaal te bouwen.

“De uitvinding is maar een relatief klein deel van het werkelijke probleem”, zei Van Oranje. “Hoe verpak je het? Hoe vervoer je het? Hoe assembleer je het?” Die vragen klinken misschien minder glamoureus dan een doorbraak in materiaalwetenschap of elektronica, maar ze bepalen wel of een technologie uitgroeit tot een bedrijf, een toeleveringsketen en uiteindelijk een markt.

Dat onderscheid raakt de kern van de geschiedenis van Holst Centre zelf.

Van open innovatie naar industriële ambitie

Twintig jaar geleden ontstond Holst Centre op een moment dat Eindhoven zichzelf opnieuw aan het uitvinden was. Philips Research had decennialang doorbraken voortgebracht in natuurkunde, materialen en procestechnologie, maar Philips was niet langer vanzelfsprekend de plek waar elke veelbelovende technologie uit het lab terecht kon.

Holst Centre werd een plek waar ideeën op terreinen als flexibele elektronica, draagbare technologie en geavanceerde materialen samen met partners konden worden ontwikkeld, nog voordat één bedrijf ze volledig naar zich toe hoefde te trekken. Het was een vroege en zeer praktische uitwerking van open innovatie.

Voor Verstraeten is die openheid nog altijd een van de bepalende krachten van Holst Centre. Ze herinnerde zich hoe zij vroeg in haar loopbaan het centrum bezocht en technologieën zag die destijds nog ver verwijderd leken van commerciële toepassingen, waaronder flexibele displays die later vertrouwd zouden worden in opvouwbare consumentenelektronica.

De les, zo stelde zij, is dat een innovatie-ecosysteem pas werkt wanneer het meer doet dan interessante projecten huisvesten. Het moet gedeelde platforms creëren waar bedrijven, instituten en publieke partners zich omheen kunnen organiseren.

Dat is wat Brainport probeert te doen met initiatieven als Battery Competence Cluster NL, dat bedrijven, startups, onderzoekers en publieke partners samenbrengt rond toepassingsgerichte batterijtechnologie. Het opkomende Chip Competence Centre volgt een vergelijkbare logica: halfgeleiderbedrijven helpen om aansluiting te vinden bij pilotlijnen, chipontwerpcapaciteiten en Europese expertise.

Dit zijn niet slechts netwerken. Het zijn pogingen om te bepalen waar de regio daadwerkelijk mee kan concurreren. “Wanneer je focust en keuzes maakt, gedurfde keuzes, betekent dat dat je zaken uitsluit”, zei Verstraeten. “Maar het betekent ook dat je alle energie kunt richten op het bereiken van dat grote, ambitieuze doel.”

Dat klinkt vanzelfsprekend. In de praktijk blijft het lastig in Nederland, waar innovatiebeleid vaak breedte, participatie en zorgvuldig uitgebalanceerde agenda’s beloont. Volgens het panel kan die aanpak een zwakte worden op het moment dat mondiale markten veel sneller bewegen.

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten and Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten with host Irene Rompa - © Bram Saeys

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten en Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten met host Irene Rompa - © Bram Saeys

Stop met het vieren van de eerste stap

Van Oranje was daar het meest uitgesproken over. Volgens hem bekijkt Europa innovatie nog te vaak te beperkt, door de lens van publieke financiering en onderzoek in een vroeg stadium. “We blijven maar zeggen dat we keuzes moeten maken en moeten focussen, focussen, focussen”, zei hij. “Maar we doen het niet echt.”

Het probleem is volgens hem niet alleen een gebrek aan geld. Het zit ook in de frictie die ermee gepaard gaat. Elke euro publieke steun kan voorwaarden, rapportageverplichtingen en vertraging opleveren. Dat helpt misschien om risico’s te beheersen, maar het kan ook de snelheid vernietigen die jonge technologiebedrijven nodig hebben.

Van Oranje zette de Europese aanpak af tegen andere innovatieculturen. Nederland is volgens hem vaak sterk in de stap van wetenschappelijk inzicht naar proof of concept. De Verenigde Staten zijn bijzonder goed in het omzetten van dat bewijs in een door venture capital gefinancierd bedrijf. China richt zich ondertussen op wat daarna komt: productie, standaardisatie, automatisering en het veroveren van markten. “China denkt in stappen van één naar tien en vervolgens naar honderd”, zei hij. “En juist die twee dingen kunnen wij niet goed: snelheid en schaal.”

Dat betekent niet dat Europa China moet kopiëren. Maar het moet wel leren van de onderliggende industriële logica. Overheden kunnen niet alleen scheidsrechter zijn, regels opstellen en subsidies verdelen. Ze hebben ook een rol in het creëren van voorwaarden waaronder markten kunnen ontstaan: goedkopere energie, betere infrastructuur, publieke inkoop, eenvoudiger toegang tot talent en snellere routes van prototype naar productie.

In die zin gaat industriebeleid niet alleen over het kiezen van technologieën. Het gaat erom bedrijven te helpen wereldwijd concurrerend te worden zodra de technologie er is.

Van start-ups naar bedrijven die ertoe doen

Lenaerts bracht het gesprek terug naar de mensen. Voor haar is een van de grootste barrières nog altijd de versnipperde manier waarop Europa talent, onderwijs en loopbanen organiseert. Het is volgens haar nog steeds te ingewikkeld voor studenten en onderzoekers om soepel te bewegen tussen Nederland, België en Duitsland. Universiteiten, bedrijven en sectoren blijven in silo’s werken, terwijl de meest waardevolle innovatie steeds vaker ontstaat tussen disciplines en over grenzen heen. “We hebben overvloed nodig van wat echt nodig is: talent, infrastructuur en ook het ecosysteem”, zei ze.

Die overvloed vraagt ook om een andere manier waarop universiteiten onderzoekers voorbereiden. Lenaerts, die eerder in haar loopbaan vanuit de academische wereld naar imec overstapte, stelde dat promotietrajecten niet automatisch naar een academische toekomst zouden moeten leiden. Meer jonge onderzoekers zouden ervaring moeten opdoen in de industrie, met ondernemers moeten samenwerken en moeten zien hoe technologieën producten worden.

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten and Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten with host Irene Rompa - © Bram Saeys

TU/e rector Silvia Lenaerts, Techleap special envoy Constantijn van Oranje, Holst Centre co-founder Henk van Houten en Brainport Development’s Chief Innovation & Technology Officer Naomie Verstraeten met host Irene Rompa - © Bram Saeys

Het doel zou niet moeten zijn om steeds meer startups voort te brengen, zei ze. “We hebben echt unicorns nodig.” Dat is geen pleidooi voor hype of waarderingen. Het is een pleidooi voor schaal: bedrijven die internationaal talent kunnen aantrekken, toeleveringsketens kunnen opbouwen, klant kunnen worden van andere lokale bedrijven en de economische zwaartekracht kunnen creëren die een ecosysteem in staat stelt zichzelf te vernieuwen.

Brainport kan zich geen zelfgenoegzaamheid veroorloven

Van Houten, die twintig jaar geleden hielp bij de oprichting van Holst Centre, voegde een belangrijk historisch perspectief toe. Brainport bestaat omdat Eindhoven ooit uitstekend onderzoek combineerde met het ondernemende vermogen om technologieën om te zetten in wereldwijde bedrijven.

Philips groeide niet door één ding uit te vinden en het daarbij te laten. Het bouwde herhaaldelijk nieuwe industrieën op, van verlichting tot televisie, medische systemen en halfgeleiders. Maar dat model veranderde toen technologie gespecialiseerder werd, toeleveringsketens internationaler werden en bedrijven zich sterker moesten concentreren op hun kernmarkten.

Daarom, stelde Van Houten, kan de regio niet verwachten dat de grote technologiebedrijven van vandaag automatisch iedere volgende generatie industrieën zelf zullen creëren. Nieuwe industrieën moeten bewust worden opgebouwd, met toeleveranciers, expertise rond opschaling, productiecapaciteit en wereldwijde klanten al in beeld.

Brainport moet volgens hem ook eerlijk zijn over wat nog ontbreekt. Sterke lokale vraag van eindklanten is beperkt. Dat geldt ook voor directe concurrentie tussen grote technologiespelers. Die ontbrekende elementen zijn belangrijk, omdat concurrentie bedrijven scherper maakt en veeleisende klanten hen dwingen beter te worden.

Het antwoord ligt mogelijk in verder kijken dan de stad, of zelfs verder dan Nederland. De corridor Eindhoven-Leuven-Aken-Keulen heeft het talent, de industriële basis en de onderzoekskracht om veel meer te worden dan een verzameling aangrenzende ecosystemen. De regio zou kunnen uitgroeien tot een echte Europese regio voor productie en innovatie.

Andere mentaliteit

Daarvoor moet, zo waren de panelleden het eens, de mentaliteit veranderen. Brainport moet niet tevreden zijn met de status van een succesvol regionaal cluster. Het moet zichzelf meten aan Shenzhen, München, Boston en andere plekken waar technologie snel de stap maakt van technische prestatie naar industriële schaal.

De komende twintig jaar van Holst Centre zullen daarom niet alleen worden bepaald door de ideeën die het helpt creëren. Ze worden bepaald door wat er gebeurt nadat die ideeën het lab verlaten: of ze uitgroeien tot producten, fabrieken, toeleveringsketens en bedrijven die wereldwijd kunnen concurreren.

Zoals Lenaerts het formuleerde in de slotminuten van het gesprek: combineer hardware met software, pas AI toe op echte industriële problemen, zoek klanten in heel Europa en de rest van de wereld, “en begin gewoon dingen te doen”.