Logo

De stad als een Lego-set — elk blokje krijgt een tweede leven

MAECONOMY wil de verborgen materiële waarde van onze gebouwde omgeving zichtbaar, verhandelbaar en circulair maken.

Published on May 21, 2026

Maeconomy

© MAECONOMY

Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.

Als je door een willekeurige straat in de stad loopt, kom je miljarden euro’s aan materiële waarde tegen – verwerkt in wegen, lantaarnpalen, gevels en muren – die niemand bijhoudt, waardeert of van plan is te hergebruiken. Vince Meens, oprichter en CEO van MAECONOMY, denkt al jaren na over dit probleem. Zijn referentiekader? Legoblokjes.

“Net als velen van ons speelde ik als kind met Lego”, zegt hij. “Lego leerde me dat je de blokjes niet weggooit nadat je er één keer mee gespeeld hebt. Iedereen begrijpt het concept van hergebruik van dezelfde materialen. De belangrijkste vraag was: waarom doen we dat niet in de echte wereld?”

Die vraag is nu een bedrijf geworden. MAECONOMY, gevestigd in Heerlen, bouwt een materiaalbeurs die door steden wordt aangedreven – een platform dat de grondstoffen in de gebouwde omgeving in kaart brengt, waardeert en verhandelt. Gemeenten zijn de belangrijkste klanten, omdat het systeem hen in staat stelt om alles tot op tegelniveau in kaart te brengen. In april haalde het bedrijf 1,5 miljoen euro op in een financieringsronde onder leiding van durfkapitaalbedrijf LUMO Labs en het Limburgse ontwikkelingsagentschap LIOF.

Investment of the month
Serie

Investment of the month

Elke maand zetten we de investeringen die ons het meest zijn opgevallen voor je op een rij.

Een statiegeldsysteem voor steden

Meens is duidelijk over wat MAECONOMY nu precies oplost. Het is geen technisch probleem. Het is een informatieprobleem – en een stimuleringsprobleem.

“Er bestaat geen Google waar je zomaar alle materialen in de gebouwde omgeving kunt vinden”, zegt hij. Eigenaren, bouwbedrijven en fabrikanten beschikken allemaal over gegevens, maar die zijn niet transparant en worden niet gedeeld.

Zichtbaarheid is het andere probleem: zodra een materiaal in een gebouw terechtkomt, wordt het onzichtbaar. Mensen zien de structuur; ze zien de stalen balken of betonblokken erin niet meer. Meens wijst op het statiegeldsysteem voor plastic flessen als voorbeeld: door een kleine geldwaarde aan elke fles toe te kennen, werd een inleverpercentage van 97% bereikt. Dezelfde logica, zo stelt hij, kan worden toegepast op een lantaarnpaal of een straatsteen.

Een toekomstgerichte materiaalkalender

De basis van het platform wordt gevormd door een voorspellingsalgoritme dat de materiaalsamenstelling van een stad in kaart brengt zonder elk gebouw fysiek te inspecteren. Het combineert openbaar beschikbare gegevens – bouwjaar, oppervlakte, gebouwtype – met gedetailleerde datasets van aannemers en sloopbedrijven, en koppelt daar bekende vervangingscycli aan. Wegen worden ongeveer om de tien tot vijftien jaar opnieuw geasfalteerd; alleen al daardoor kunnen ontwikkelaars voorspellen wanneer er grote hoeveelheden asfalt weer op de markt komen.

“Je kunt gaan voorspellen wat de jaarlijkse materiaaluitstroom van een stad zal zijn”, legt Meens uit. Het resultaat is zoiets als een toekomstgerichte materiaalkalender – en van daaruit een marktplaats. Toekomstige gebruikers, zoals woningcorporaties of naburige gemeenten, kunnen materialen reserveren nog voordat de sloop begint.

Wouter Gerards, chief business development officer bij MAECONOMY en opgeleid financieel econoom, kadert de kans in economische termen: “Door asymmetrische informatie te verminderen, verminderen we marktfalen.” Hij illustreert het met een concreet voorbeeld – een baksteen die voor vier cent wordt verkocht en drie maanden later voor zesentwintig cent wordt teruggekocht.

Waarom gemeenten het voortouw nemen

De belangrijkste klanten van MAECONOMY zijn gemeenten. Zij beschikken over voldoende materiaalvolume om circulaire matchmaking haalbaar te maken. Bovendien hebben zij de bevoegdheid om het goede voorbeeld te geven, het inkoopbeleid vorm te geven en de openbare infrastructuur op te bouwen die het hele systeem nodig heeft. De start-up is samen met de gemeente Heerlen een proefproject gestart om de hele stad en haar bezittingen in kaart te brengen.

Gerards, die jarenlang fondsen beheerde voor Nederlandse gemeenten en provincies, zag de disfunctionering met eigen ogen. “In een grote organisatie met gebouwen ter waarde van 500 miljoen euro weten mensen niet wat er gebeurt, omdat er geen centraal informatiesysteem is.” Toen MAECONOMY de activa van een gemeente in kaart bracht, kwamen interne efficiëntieverbeteringen vrijwel onmiddellijk aan het licht — afdelingen kochten onbewust materialen die elders in hun eigen vastgoedbestand al aanwezig waren.

Het platform maakt ook iets mogelijk wat juridisch gezien lange tijd lastig was: handel tussen gemeenten. Zonder transparante prijzen en gestandaardiseerde gegevens maken aanbestedingsregels uitwisseling tussen gemeenten bijna onmogelijk. Een gedeelde gegevenslaag lost beide problemen op.

Eerst materialen, daarna producten

Een cruciaal strategisch inzicht heeft de aanpak van de start-up op het gebied van circulariteit bepaald. De meeste initiatieven op het gebied van de circulaire economie richten zich op het hergebruik van producten zoals ze zijn – een raamkozijn, een modulair paneel. Maar producten hebben een beperkte houdbaarheid. “Over twintig jaar wil misschien niemand meer precies dat raamkozijn,” zegt Meens. “Maar misschien willen ze wel het hout dat erin zit.”

MAECONOMY richt zich eerst op het sluiten van bulkmateriaalstromen – staal, beton, asfalt – en beschouwt het hergebruik van producten als een doel voor een later stadium. De langetermijnvisie gaat nog verder: fabrikanten volledig terugbrengen in de kringloop. Als het platform zeshonderd lantaarnpalen van een specifiek type in een regio lokaliseert, kan het de oorspronkelijke fabrikant benaderen en ze terugbieden.

“Je krijgt een mechanisme zoals bij IKEA”, zegt Meens. “Als je een keuken terugbrengt, krijg je 10% van de waarde terug.” Fabrikanten zijn het best geplaatst om te herverwerken wat ze oorspronkelijk hebben gemaakt – en als er genoeg van hen terugkeren in de kringloop, ziet Gerards een echte paradigmaverschuiving in hoe producten worden ontworpen: gebouwd om terug te keren, niet om te worden weggegooid.

De grotere uitdaging

Achter het bedrijfsmodel – een combinatie van dataconsultancy, protocolvergunningen en materiaalbemiddeling – schuilt een grotere ambitie. Meens is van mening dat de chronische onbetaalbaarheid van woningen in wezen een informatieprobleem is. Steden kopen voortdurend nieuwe materialen aan en betalen tegelijkertijd voor de verwijdering van oude, omdat niemand die twee kanten van de medaille met elkaar in verband heeft gebracht.

Het doel is een verschuiving in perspectief – een waarin je, als je over straat loopt, geen vaste infrastructuur ziet, maar een voortdurende cyclus van terugwinbare waarde. Die straatsteen zal er niet voor altijd liggen. Deze lantaarnpaal ook niet. De stad is met andere woorden geen infrastructuur; het is een gigantische legoset.