Logo

De Grote Brabantse AI Show zoekt middenweg tussen hype en angst

In Valkenswaard bracht BrabantKennis een avond die tegelijk praatprogramma, toekomstverkenning, satire en spoedcursus digitale moraal was.

Published on April 16, 2026

Eef Berends tijdens de Grote Brabantse AI Show

Eef Berends tijdens de Grote Brabantse AI Show

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Met scherpe gesprekken, speelse doemscenario’s en praktische lessen in ‘AItiquette’ werd AI woensdagavond niet neergezet als wondermiddel of ondergang, maar als een maatschappelijke keuze waar Brabant nu al iets van moet vinden.

“Grote technologische veranderingen gaan altijd gepaard met fantasie. Droom- en doembeelden worden door elkaar heen gebruikt.” Met die woorden zette Eef Berends in een goed gevulde Hofnar meteen de toon voor De Grote Brabantse AI Show. Niet als techdemo, niet als beleidsavond, maar als een theatrale zoektocht naar een vraag die een stuk groter bleek dan technologie alleen: wat willen we eigenlijk met AI?

BrabantKennis had daarvoor een vorm gekozen die slim genoeg was om te prikkelen en licht genoeg om een breed publiek mee te nemen. Presentator Eef Berends leidde de avond met zichtbaar plezier, directeur Jos van den Broek fungeerde als sidekick, en Sophie Loonen ontpopte zich tot de “enige echte Brabantse AItiquette-expert”. Daartussen laveerden gastsprekers Bart Wernaart, lector Moral Design Strategy, en Hans de Penning, founder van Neople. Het resultaat was een avond die journalistieke gesprekken, uitdagende stellingen, ethische aannames, documentaire fragmenten en humor voortdurend door elkaar liet lopen.

Een groene score

Het publiek wordt vanaf de eerste minuten actief meegenomen. Waar gebruik je AI voor? Vakantieplannen? Muziek? En waarvoor juist niet? Persoonsinformatie, klinkt het meteen terug uit de zaal. AI wordt ineens iets dat ergens in Silicon Valley gebeurt, maar als iets dat al in Brabantse levens, keuzes en instellingen binnendringt.

Op het scherm zien we een fictief toekomstfragment over gezondheid, gesitueerd in 2049. Op de beelden van Jolien van de Griendt en Merlijn Passier moet ene Nadia hardlopen om haar “gezondheidsscore” op peil te houden. Haar renmaatje haakt af maar heeft de pech dat ambulances alleen nog beschikbaar zijn voor mensen met een groene score. Het is geestig, ongemakkelijk en net geloofwaardig genoeg om te schuren. Een voorzichtig lachje van herkenning gaat door de zaal.

Van den Broek geeft die dubbelzinnigheid meteen woorden. Zo’n wereld bestaat nog niet, zegt hij, “maar we kunnen ons best voorstellen dat sommige elementen uit deze video wel in onze nabije toekomst passen, dat we daar naartoe gaan.” Precies daar zit de kracht van de avond: in het zichtbaar maken van de glijdende schaal.

Bart Wernaart duidt dat scherp. “Sommige elementen, als je hem even afpelt, daar zitten we eigenlijk al middenin,” zegt hij. Maar: “De vraag is of je daar echt heen wil gaan, uiteindelijk.” Volgens Wernaart verandert technologie niet alleen wat we kunnen, maar ook hoe we met elkaar omgaan. “Je ziet sociale interactie veranderen, je ziet ook de manier waarop we ons verhouden tot kennis veranderen.”

Zijn meest pregnante observatie gaat over de manier waarop generatieve AI ons graag bevestigt. Verwijzend naar recent onderzoek stelt hij dat systemen als ChatGPT vaak geneigd zijn om de gebruiker te pleasen. “Dat je a) jezelf altijd gevleid voelt, dat je je prettig voelt. Maar b) dat je ook steeds een soort zelfbevestiging krijgt.” Juist daar, suggereert hij, verschuift AI van hulpmiddel naar morele spiegel die te vriendelijk is om te corrigeren.

AItiquette

Toch verzandt de avond nergens in cultuurpessimisme. Daarvoor zorgt onder meer Sophie Loonen, die met een heerlijk droog gespeelde etiquette-rubriek de avond een komische, maar verrassend bruikbare laag meegaf. “AI is dan misschien wel slim, maar niet wijs,” houdt ze de zaal voor. In korte lessen vat ze de discussie samen in regels die zowel voor burgers als bestuurders bruikbaar zijn: “Blijf zelf nadenken”, “Kijk voorbij de gemiddelde mens”, “Maak afwijken mogelijk”, “Koester meer dan efficiëntie”, “Weet wie het maakt” en “Denk in decennia”.

Steeds opnieuw komt dezelfde spanning terug: AI belooft efficiëntie, snelheid en schaal, maar welke waarden verdwijnen er onderweg uit beeld? Loonen: “Efficiëntie is een waarde en geen vanzelfsprekendheid.”

Ook het tweede toekomstscenario op het grote scherm, over een gemeenteraad waarin “Democrat AI” de besluitvorming grotendeels heeft overgenomen, werkt. Het beeld van afwezige raadsleden wier volmachten automatisch aan het systeem worden overgedragen, is absurd en toch niet helemaal ondenkbaar. “Op basis van deze stemming kan het voorstel worden aangenomen. Zoals afgesproken in artikel 34 van de AI Safety-Wet heeft u nu 60 seconden om een human veto in te roepen.”

Bias

Van den Broek wijst op het risico van “automation bias”: de menselijke neiging om systemen te vertrouwen, juist wanneer die veel informatie sneller lijken te verwerken dan wijzelf. Wernaart vult aan dat een menselijke knop achteraf weinig waard is als je niet begrijpt wat er in de black box gebeurt. “Je wil begrijpen wat er in dat ding gebeurt. Op welke basis hij zijn beslissingen neemt.”

Hans de Penning brengt vervolgens het perspectief van de praktijk binnen. Bij Neople bouwt hij “AI-medewerkers” die bedrijven helpen efficiënter te werken. Zijn verhaal is daarom minder filosofisch. Wat nu al gebeurt in bedrijven, zegt hij, ligt dichter bij de fictie dan veel mensen denken. “Dat er een rapport gepresenteerd wordt door een AI-model en dat vervolgens wij er als mensen met elkaar een besluit over moeten nemen, zit natuurlijk al heel dicht bij hoe het vandaag eraan gaat.”

Ja, De Penning is “enorm optimistisch” over de technologie. Maar tegelijk benoemt hij een nieuw soort werkdruk: ontwikkelaars die niet minder, maar anders worden belast. “Onze jongens zijn eigenlijk om elf uur al moe,” zegt hij, omdat ze voortdurend de output van een “klein legertje” digitale assistenten moeten controleren, onder constante dreiging van een “AI-burn-out”.

Fictie en data

Daarmee wordt de centrale spanning van de avond nog eens helder. AI neemt werk niet simpelweg over; het herverdeelt aandacht, verantwoordelijkheid en vermoeidheid. En dus gaat deze show uiteindelijk minder over machines dan over mensen. Over gemak en groepsdruk. Over publieke waarden. Over de vraag wie de spelregels schrijft. Op basis van welke aitiquette.

BrabantKennis koos er verstandig voor om die vragen niet dicht te timmeren met antwoorden. Er was fictie, er was data, er waren ethische vuistregels, er was zelfs een verhaal over “de vrouw in de kelder”, een literaire metafoor voor de alomtegenwoordigheid van datagedreven systemen. Maar de avond hield genoeg open om het gesprek niet te beëindigen, maar juist te beginnen.

AI werd hier niet verkocht als onvermijdelijk lot, maar als iets waar burgers, bestuurders en bedrijven zich actief toe moeten verhouden. Niet blind enthousiast, niet reflexmatig afwijzend.

En precies daarom werkte deze avond. Omdat hij van AI geen abstract debat maakte, maar een Brabantse kwestie van hier en nu.

De grote Brabantse AI Show is nog te zien:
📅 16 april De Podiumzaal, Noordkade Veghel

📅 12 mei Night University Tilburg University

📅 19 mei Theater De Leest Waalwijk

📅 9 juni Theater De Lievekamp Oss