Logo

Carmen van Vilsteren jaagt op zeven nieuwe ‘gouden standaarden’

Voormalig Philips-topvrouw en investeerder wil geen pensioen, maar de zorg opnieuw veranderen én meer vrouwelijke leiders een duwtje geven.

Published on May 16, 2026

Carmen van Vilsteren (midden) tijdens Eindje van de Week

Carmen van Vilsteren (midden) tijdens Eindje van de Week

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

“Binnen elke seconde wordt ergens ter wereld een patiënt gedotterd met systemen waar ik aan heb mogen werken.” Voor veel mensen zou dat een passend moment zijn om tevreden achterover te leunen. Maar niet voor Carmen van Vilsteren. Tijdens een gesprek in de talkshow Eindje van de Week van Studio040 maakte de voormalige Philips-bestuurder duidelijk dat haar ambitie nog lang niet is uitgewerkt. Integendeel: op haar 64ste heeft ze zichzelf een nieuw doel gesteld. Ze wil bijdragen aan “zeven nieuwe gouden standaarden” in de wereldwijde medische technologie.

Eindje van de Week

Dat begrip “gouden standaard” gebruikt Van Vilsteren niet lichtzinnig. Voor haar betekent het: technologie die wereldwijd de norm wordt in de zorg. Apparatuur of systemen die artsen overal kennen en gebruiken. “Als iedereen in die sector jouw product kent en het een marktaandeel heeft van dertig, veertig of vijftig procent, dan is dat een gouden standaard.”

Voor twee van die gouden standaarden had ze al zo'n bepalende rol (als projectleider, systeemarchitect of business developer) dat ze die mede op haar conto kan schrijven.

Van Delft naar wereldleider in medische beeldvorming

Van Vilsteren studeerde aan de Technische Universiteit Delft en begon daarna bij Philips. Daar groeide ze door tot een internationale leiderschapsrol binnen de ontwikkeling van zogenoemde image-guided therapy-systemen: geavanceerde röntgensystemen waarmee artsen bloedvaten zichtbaar kunnen maken én direct medische ingrepen kunnen uitvoeren.

“Je kent het dotteren waarbij een vernauwing in een hartvat wordt opgerekt,” vertelde ze. “Maar je kunt ook aneurysma’s behandelen of ingrepen doen in bloedvaten in het hoofd, de benen of de armen.” Volgens Van Vilsteren worden die systemen nog altijd wereldwijd gebruikt. “Zo vaak zelfs dat er binnen elke seconde ergens ter wereld een patiënt gedotterd wordt.”

Later stapte ze over naar de startupwereld, waar ze werkte aan medische beeldvorming voor wetenschappelijk onderzoek. Daar draaide alles om extreem hoge resolutie. “In Europa worden jaarlijks honderd miljoen kleine proefdieren gebruikt voor onderzoek,” zei ze. “Als je zo’n kleine muis in een klinisch systeem legt, zie je bijna niets. Wij maakten systemen waarmee je in een muis meer anatomische details zichtbaar kon maken dan in een klinisch systeem.” Ook die technologie vond wereldwijd zijn weg naar laboratoria en onderzoekscentra.

Niet met pensioen

Na jaren van topfuncties, innovatieprogramma’s en werk voor de Nederlandse topsectoren stelde Van Vilsteren zichzelf recent een existentiële vraag: stoppen of doorgaan? “Ik dacht: ga ik met pensioen of formuleer ik nog een nieuwe ambitie?”

Dat laatste won.

Vandaag investeert ze in jonge technologiebedrijven, begeleidt ze startups en werkt ze mee aan innovaties die volgens haar de zorg fundamenteel kunnen verbeteren. Een van de projecten draait om microchirurgische robots, voortgekomen uit een spin-off van Technische Universiteit Eindhoven. Een ander bedrijf ontwikkelt snelle diagnostische tests om eerst vast te stellen welke antibiotica écht nodig zijn, voordat artsen medicijnen voorschrijven.

“Antibioticaresistentie is een enorm probleem,” aldus Van Vilsteren. “Voor iedere infectie zou je eigenlijk eerst moeten testen welke behandeling effectief is.” Van de zeven nieuwe gouden standaarden die ze zichzelf heeft voorgenomen, ziet ze deze innovaties als mogelijke kandidaten.

"Alleen vrouwelijke CEO’s"

Minstens zo opvallend als haar technologische ambities zijn haar uitgesproken ideeën over leiderschap en gendergelijkheid. Van Vilsteren zegt bewust alleen te investeren in startups met een vrouwelijke CEO. Niet uit symboliek, maar omdat volgens haar het systeem nog altijd sterk bevooroordeeld is.

“Hoeveel procent van het durfkapitaal in Nederland gaat naar startups met een vrouwelijk founderteam?” vroeg ze in de studio. Het antwoord: "5%?" Lager. "3%?" Lager. "1% dan?" Nee, nog lager. Slechts 0,7 procent van het kapitaal gaat naar vrouwelijke founders.

Volgens Van Vilsteren krijgen vrouwelijke ondernemers ook fundamenteel andere vragen dan mannelijke founders. “Vrouwelijke CEO’s krijgen vragen als: kun je dit wel? Wil je geen kinderen? Wat zijn de risico’s? Mannen krijgen vragen over hun visie en ambitie.”

Daarmee verwijst ze naar een bredere discussie over bias in de investeringswereld. “Mensen investeren graag in mensen die op hen lijken,” zei ze. Ze koppelt daar ook een bredere visie op leiderschap aan. Volgens Van Vilsteren kijken vrouwen gemiddeld “holistischer” naar organisaties en maatschappelijke vraagstukken. “Ze kijken verder dan alleen het specifieke taakje.”

Dat leverde bij het publiek soms luchtige momenten op - inclusief grappen over mannen die “naast hun primaire taak vooral aan seks denken” - maar achter de humor zat een serieuze boodschap: innovatie vraagt volgens haar om bredere perspectieven, juist in technologie en gezondheidszorg.

Van zeven naar zeventig?

De keuze voor het getal zeven is niet toevallig. Van Vilsteren verwijst naar The 7 Habits of Highly Effective People van Stephen Covey en naar een eerdere presentatie die ze gaf onder de titel Why I Prefer to Work With Females.

Maar haar missie reikt verder dan persoonlijke prestaties. Ze wil vrouwelijke leiders helpen om op hun beurt nieuwe generaties ondernemers te begeleiden. “We werken met het multiplier-effect,” zei ze. “Ik wil vrouwelijke CEO’s coachen om hetzelfde te doen.”

Want als er niets verandert, voorspellen sommige studies dat het nog meer dan een eeuw duurt voordat de investeringskloof tussen mannen en vrouwen verdwenen is.

Van Vilsteren heeft geen zin om daarop te wachten.

“Ben je ongeduldig?” werd haar gevraagd.

“Zeker,” antwoordde ze lachend. “Heel ongeduldig.”