Logo

Brainport's kracht als basis voor Europese weerbaarheid?

In Brainport's New Horizon nieuwjaarsreceptie Ton van Mol, Vivian Smetsers, Albert Maas en Tijn Swinkels over de geopolitieke situatie.

Published on January 7, 2026

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

De vraag waarmee Marc Hendrikse het panelgesprek opent, klinkt als een managementvraag, maar landt als een geopolitieke wake-up call: hoe zet je ideeën om in actie, terwijl de wereldorde verschuift? In de zaal zitten bestuurders en ondernemers, op het podium vier stemmen uit het hart van Brainport: Ton van Mol (TNO), Vivian Smetsers (LionVolt), Albert Maas (Avular) en Tijn Swinkels (DENS). Hun gezamenlijke diagnose is scherp: het tijdperk waarin bedrijven vooral met bedrijven concurreerden, loopt af. “Het is niet meer bedrijven tegen bedrijven, het is continenten tegen continenten,” zegt Maas. En juist daarom moet Nederland – en Europa – de eigen kracht anders organiseren: doelgerichter, strategischer en met meer lef.

1) Brainport heeft een plek aan tafel maar moet hem behouden

Ton van Mol trapt af vanuit de bekende Brainport-trots: de regio is wereldklasse in toeleveren. “Daardoor is er een plaats aan tafel in de semicon.” Maar die plek is geen vanzelfsprekendheid. “Alleen ASML met een toeleverketen is niet genoeg.” Van Mol pleit voor een volgende stap: de opgebouwde halfgeleiderkracht inzetten om nieuwe strategische domeinen te ontwikkelen – niet als hobbyproject, maar als geopolitieke noodzaak. Hij noemt twee voorbeelden: batterijtechnologie en geïntegreerde fotonica. Juist daar kan Europa, voortbouwend op de bestaande kennisbasis, een positie creëren die verder gaat dan afhankelijk inkopen.

De kern van zijn argument: strategische autonomie vraagt om keuzes. Niet alles kan tegelijk, niet alles hoeft zelf. Maar wie geen keuzes maakt, krijgt ze opgelegd.

2) “Control points”: kies waar je wél zelf de sleutel wilt hebben

Het gesprek schuift vervolgens van trots naar tactiek: waar moet Europa zelf regie houden? Hendrikse benoemt het expliciet als control points: plekken in waardeketens waar macht, leverage en onderhandelingsruimte samenkomen.

Van Mol formuleert het als een harde realiteit: “We kunnen niet alles in één keer zelf doen.” Dus: wat is strategisch belangrijk, en waar zijn we echt goed in? In batterijen betekent dat bijvoorbeeld niet dat elk onderdeel per se ‘EU-made’ moet zijn, maar wel dat je begrijpt welke delen van de keten cruciaal zijn voor veiligheid, continuïteit en toekomstige innovatie.

Die nuance is opvallend, omdat het panel tegelijkertijd zeer kritisch is op Europese naïviteit.

3) Batterijen: van energietransitie naar veiligheidsvraagstuk

Bij DENS krijgt het geopolitieke verhaal een concrete, bijna ongemakkelijke vorm. Swinkels vergelijkt de drone-wereld met de energiewereld: in de VS werden Chinese batterijen al jaren geleden geweerd uit gevoelige toepassingen. In Europa, zegt hij, “zetten we vrolijk door met heel het land volzetten met Chinese batterijen.” Zijn zorg is dubbel:

  • Cyber en sabotage: batterijen zijn geen domme blokken staal, maar digitale systemen in het energienet. “Als wij zien wat je met een batterijtje kunt doen… dan kun je gewoon het net platleggen als je goed je best doet.”
  • Afval en levensduur: “In China bouwen ze ze niet voor 20 jaar, maar voor 3 jaar.” Dan volgt de vraag: wat doen we straks met die berg?

Het is een klassieke Brainport-spanning: je bouwt oplossingen voor netcongestie en energievraagstukken, maar je wordt zélf geremd door stroomtekort, stikstof en stroperige aanbestedingen. Swinkels vat het cynisch samen: DENS is een oplossing voor het net, maar kan soms niet groeien omdat er geen netcapaciteit is.

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

4) LionVolt: onderscheid in de keten, en IP als verdedigingslinie

Waar Swinkels vooral de systeemrisico’s benoemt, laat Vivian Smetsers zien hoe een deeptechbedrijf strategische autonomie operationeel maakt. LionVolt focust op een specifieke plek in de batterijwereld: de anode. Dat is volgens haar “een unieke positie in de keten”. Het doel is niet om “tegen China” te roepen, maar om onmisbaar te worden: als jouw anode het verschil maakt, dan word je relevant, óók voor partijen die elders cellen produceren.

Opmerkelijk is de pragmatische keuze die LionVolt maakte: ze kochten naast hun vestigingen op High Tech Campus en Brainport Industries Campus een fabriek in Schotland, zodat ze anodes daadwerkelijk in cellen kunnen integreren en leveren. Daarmee ontstaat iets dat Europa vaak mist: bewijsvoering op schaal. Niet alleen labresultaten, maar ook productie-ervaring.

Tegelijkertijd schuift het gesprek richting bescherming: hoe voorkom je kopiëren? Smetsers antwoordt met een mix van patenten, knowhow en discipline. “We vertellen wel wat we doen, maar nooit hoe we het doen.” En met een motto dat als waarschuwing boven de hele avond hangt: “Only the paranoid survive.” Maar ook hier volgt realisme: op termijn lekt technologie altijd. De enige echte verdediging is: blijven innoveren.

5) Avular: Europa moet technocratischer durven worden

Avular-CEO Albert Maas is de meest uitgesproken stem. Hij schetst een wereld waarin China in robotica en drones domineert, niet alleen door schaal (miljoenen drones per jaar), maar door iets wat hij Europa verwijt te missen: een technocratische langetermijnstrategie. China plant, bouwt en financiert alsof het een nationale missie is. De VS is opportunistischer, maar heeft een enorm ecosysteem van kapitaal en herinvestering.

Europa? “Totaal niet technocratisch.” Maas klinkt niet triomfantelijk over afschermen van markten – “niet iets waar ik trots op ben” – maar ziet het wel als noodzakelijke correctie: zonder grenzen en regels word je speelbal.

Zijn grootste punt is misschien wel dit: robotica is geen nice-to-have, maar een economische motor om arbeidstekorten op te vangen. “Als we willen blijven leven zoals we nu leven… dan zullen we iets moeten.” En dat “iets” kan robots zijn. Maar dan niet afhankelijk van systemen “die uitgezet kunnen worden” of die data laten weglekken. Hij schildert een toekomstbeeld dat in één zin samenkomt: niemand wil zorgrobots uit China die je niet kunt vertrouwen.

6) De ontbrekende laag: OEM’s, producten, merken

Het panel komt opvallend vaak terug op dezelfde frustratie: Brainport is fenomenaal in componenten, ketens en kennis, maar mist te vaak de stap naar eigen eindproducten en wereldmerken. Maas zegt het hardop: “Wat ik mis is de OEM’s… de producten naar de eindkant brengen.” Europa heeft iconen als ASML, en sterke industriële merken, maar te weinig “Googles en Apples”. En bovendien, zegt hij, zijn veel van de Europese grootmachten “oude companies”.

Die observatie raakt aan een dieper punt: macht in geopolitiek zit niet alleen in technologie, maar in wie de systemen beheert, wie standaarden bepaalt, wie markten domineert. Brainport kan veel, maar moet vaker zelf de regie nemen over de eindlaag.

7) Financiering: te veel beleggers, te weinig investeerders

Als er één thema is dat alle panelleden bindt, is het kapitaal. Het probleem is niet dat er in Europa geen geld is; het probleem is hoe het werkt. Maas: in de VS kun je bij een diner 100 of 200 miljoen toezeggen. In Europa gaat het via fondsmanagers, commissies, governance. “Dat duurt heel lang… en techniek groeit exponentieel.”

Swinkels vult aan met een pijnlijk voorbeeld: één grote investeerder in Europa kan “een lelijke eend in de vijver” zijn: alleen, kwetsbaar, en vaak verlieslatend omdat het ecosysteem ontbreekt. Deeptech vraagt om een meerlagig kapitaalnetwerk, niet om incidentele helden.

Smetsers brengt het terug naar beleid: deeptech moet van lab naar fabriek, en precies daar loopt Europa vast. Ze noemt een concreet knelpunt: de “onderneming in moeilijkheden”-test, waarbij startups met opgebouwde verliezen al snel buiten subsidies vallen. “Wat voor iedere startup gaat gelden na x aantal jaar.” Resultaat: minder geld voor R&D, precies waar je het nodig hebt.

Van Mol voegt er nog een dimensie aan toe: als je investeringen wilt laten werken, moet je ze zó ontwerpen dat ze private investeringen losmaken. Overheidsgeld als hefboom, niet als vangnet. En vooral: haal de fysieke blokkades weg – stroom, stikstof, ruimte – want zonder die randvoorwaarden blijft elke financieringsronde theorie.

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

Marc Hendrikse met Ton van Mol van TNO, Vivian Smetsers van Lionvolt, Albert Maas van Avular en Tijn Swinkels van DENS © Bram Saeys

8) Talent: Brainport als magneet, Nederland als bottleneck

Op talent zijn de panelleden relatief optimistisch: Brainport trekt aan. Het karakter van de regio helpt: veel bedrijven zodat er altijd een alternatief is en een omgeving waarbinnen internationale kenniswerkers vrij kunnen bewegen. Tegelijkertijd is er een reëel tekort in specifieke domeinen (batterijen, fotonica). En het echte probleem zit vaak niet in werving, maar in huisvesting en schaalbaarheid.

Maas maakt er een cultureel punt van: zet techneuten op een podium. “De techneuten zijn de nieuwe rockstars.” Niet als marketingtruc, maar omdat status en trots onderdeel zijn van een innovatiecultuur. Het sluit aan bij een ander onverwacht onderwerp: storytelling. Maas zegt: Europa durft te weinig van de daken te schreeuwen wat het kan. Dat is meer dan communicatie; het is een instrument om talent, kapitaal en politieke steun te mobiliseren.

9) Wat moet Nederland en Europa nu doen?

Aan het einde stelt Hendrikse de vraag in een gedachte-experiment: Rob Jetten belt met een vraag: wat wil je veranderen? De antwoorden vormen samen een soort Brainport-agenda voor geopolitieke weerbaarheid:

  • Los randvoorwaarden op (stroom, stikstof, ruimte) zodat scale-ups kunnen schalen (Van Mol).
  • Afbakenen wat strategisch is: kies control points in energie, digitale systemen, hightech-ketens (Van Mol, Swinkels).
  • Versnel risicokapitaal en accepteer falen als onderdeel van rendement: “duizend keer doen” in plaats van tien keer vergaderen (Maas).
  • Repareer regels die deeptech straffen (zoals de ‘onderneming in moeilijkheden’-test) zodat R&D-subsidies niet verdwijnen precies wanneer het spannend wordt (Smetsers).
  • Maak Europa technocratischer in uitvoering: meer engineers en ondernemers in Den Haag, betere verbinding met Brussel, en een echte langetermijnroadmap voor strategische autonomie (Maas).
  • Bouw aan eigen producten en merken: van componentenkracht naar OEM-ambitie (Maas).
  • Neem security serieus in aanbestedingen en infrastructuur, ook als “gratis” aanbod lokt (Swinkels).

De onderliggende boodschap: Europa is geen Calimero, maar gedraagt zich soms wel zo

Misschien is dat de zin die boven dit gesprek blijft hangen. Maas noemt het expliciet: waarom vergelijken we één parel van 300 miljard met twintig parels van 3000 miljard “over de plas”, en concluderen we dan dat het hier niet kan? Brainport heeft een geschiedenis waarin het wél kon: van Philips tot een ecosysteem dat nu de wereldtop raakt. Maar de volgende fase vraagt om andere reflexen: sneller investeren, scherper kiezen, harder schalen, en beter vertellen.

De panelleden verschillen in toon – TNO strategisch, LionVolt pragmatisch, Avular strijdvaardig, DENS waarschuwend – maar hun gezamenlijke oproep is dezelfde: gebruik de eigen kracht niet alleen als exportmotor, maar als basis voor Europese weerbaarheid. Niet door alles zelf te willen doen, maar door te bepalen waar je de sleutel in eigen hand móét houden. En vervolgens: dóen.