Brainport wil lokaal waterstofnet om industrie te verduurzamen
Haalbaarheidsstudie wijst vier kansrijke clusters aan voor regionale productie en distributie van waterstof: High Tech Campus beste optie.
Published on March 8, 2026

Waterstoftank in Eindhoven
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
De vraag naar waterstof in de Brainportregio groeit snel, terwijl aansluiting op de nationale waterstofbackbone nog jaren kan duren. Om bedrijven toch perspectief te bieden op verduurzaming van hun energievoorziening, hebben Brainport Development, de gemeente Eindhoven en netbeheerder Enexis laten onderzoeken of een lokaal waterstofnet mogelijk is.
Uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat in vier industriële clusters in en rond Eindhoven kansen liggen om waterstof lokaal te produceren of aan te voeren en via een regionaal netwerk te distribueren. Daarmee zouden bedrijven al vóór aansluiting op de landelijke infrastructuur stappen kunnen zetten richting een waterstofeconomie.
Lokale oplossing voor ontbrekende backbone
De studie, uitgevoerd door Antea Group, richtte zich op de vraag hoe lokale productie en invoer van waterstof kunnen helpen om de groeiende regionale vraag op te vangen. Daarbij werd gekeken naar factoren als energie-infrastructuur, financiële haalbaarheid, veiligheid, vergunningen en toekomstbestendigheid.
Op basis van die analyse werden vier clusters geïdentificeerd waar een lokaal waterstofnet kansrijk zou kunnen zijn. Voor elk cluster werd de verwachte vraag richting 2030 in kaart gebracht en onderzocht of er voldoende elektrische capaciteit beschikbaar is om waterstof via elektrolyse te produceren.
High Tech Campus als meest kansrijke locatie
Het meest kansrijke cluster ligt rond de High Tech Campus Eindhoven (HTCE). In dit cluster, met onder meer Sonac, KWS en Dutch Bakery, zou een elektrolyser van circa 7 megawatt kunnen worden geplaatst.
Die installatie zou vrijwel volledig in de waterstofbehoefte van de campus kunnen voorzien en daarnaast waterstof kunnen leveren aan andere bedrijven in het cluster. De indicatieve kostprijs ligt rond de 12 euro per kilogram, vergelijkbaar met huidige marktprijzen voor groene waterstof.
Een belangrijk voordeel is dat de locatie in de toekomst kan worden aangesloten op de Delta Rhine Corridor, de geplande internationale waterstofleiding die Nederland met Duitsland en andere industriële regio’s moet verbinden.

Delta Rhine Corridor © Gasunie
Grote vraag bij DAF vraagt andere aanpak
Een tweede cluster rond DAF, de TU Eindhoven en de High Tech Automotive Campus in Helmond heeft eveneens potentie, maar kent een belangrijke uitdaging: de waterstofvraag van DAF is zo groot dat lokale productie met de huidige elektriciteitscapaciteit niet haalbaar is.
Daarom lijkt een invoedpunt – waarbij waterstof extern wordt aangevoerd – voorlopig realistischer. Wel moeten de logistieke gevolgen en de maatschappelijke impact daarvan nog nader worden onderzocht, bijvoorbeeld op het gebied van transport en stikstofruimte.
Helmond en automotive campus bieden kansen
Ook rond TNO en de Automotive Campus in Helmond liggen kansen. Daar bestaat al een invoedpunt voor waterstof en wordt gekeken naar uitbreiding met lokale productie.
Een uitdaging is dat op het terrein van TNO zelf onvoldoende ruimte beschikbaar is voor een elektrolyser. De Automotive Campus zou daarom een alternatief kunnen bieden, mede omdat zich daar al meerdere potentiële afnemers bevinden.
Beperkte maar bruikbare optie bij Van Rooi Meat
Het vierde cluster – met onder meer Van Rooi Meat, Den Ouden Grow Solutions en Canpack – is technisch haalbaar maar kent beperkingen. Een elektrolyser van ongeveer 4 megawatt zou slechts een deel van de waterstofvraag kunnen dekken.
Wel kan de installatie bijdragen aan de regionale waterstofvoorziening en in de toekomst aansluiten op de nationale backbone. Bovendien kan de restzuurstof uit het productieproces lokaal worden ingezet, bijvoorbeeld bij een geplande waterzuiveringsinstallatie.
Nog geen besluit, wel volgende stap
De studie leidt nog niet direct tot een investeringsbesluit. Wel adviseren de onderzoekers om in een volgende fase per cluster gedetailleerder te kijken naar de daadwerkelijke waterstofvraag, de bereidheid van bedrijven om deel te nemen en de technische en financiële haalbaarheid.
Ook moet worden onderzocht welke rol tijdelijke invoedpunten kunnen spelen totdat aansluiting op de nationale infrastructuur mogelijk is. Daarnaast wordt overleg met netbeheerder Enexis aanbevolen over flexibele contractvormen en de mogelijke rol van elektrolysers bij het verminderen van netcongestie.
Als de vervolgstappen positief uitpakken, kan een lokaal waterstofnet in Brainport volgens de onderzoekers een belangrijke tussenstap worden richting een regionale waterstofeconomie – nog voordat de grote nationale leidingen zijn gerealiseerd.
