Brainport Industries Campus zoekt houvast bij volgende sprong
Ondermersontbijt van Brainport Industries Campus en Kempisch Ondernemers Platform (KOP) buigt zich over grenzen aan de groei.
Published on March 7, 2026

© Bram Saeys
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Van Cluster 1 naar Cluster 2, met ASML in BIC Noord en een nog open “BIC Mix” daartussenin: Brainport Industries Campus staat aan de vooravond van een nieuwe fase. Tijdens een mede door het Kempisch Ondernemers Platform (KOP) georganiseerde ontbijtsessie op de campus werd duidelijk dat die uitbreiding veel groter is dan een vastgoedverhaal. Het gaat over de toekomst van de maakindustrie, over de grenzen van groei, en over de vraag of Brainport zich verder moet specialiseren of juist verbreden.
De setting was symbolisch, met alle stakeholders letterlijk aan tafel, inclusief de toekomstige buurman ASML. Dat leverde precies het gesprek op dat de campusorganisatie wilde: niet alleen over gebouwen en grondposities, maar over de rol van BIC in het regionale ecosysteem.
Huub Smulders zette als CEO van de campusontwikkelorganisatie (COO) meteen de toon. Zijn verhaal ging niet alleen over vierkante meters, maar over een campusformule voor de toekomst. Brainport Industries Campus, zei hij, heeft drie opdrachten: de campus van morgen ontwerpen, de juiste mix van vaste en tijdelijke bewoners aantrekken, en actief bijdragen aan de programma’s die op de campus ontstaan. Daarmee positioneert Brainport Industries Campus zich nadrukkelijk niet als verhuurder, maar als ecosysteembouwer.
Dat is nodig ook, want de ontwikkeling van de campus stopt allang niet meer bij de grenzen van het terrein zelf. Smulders sprak als regionaal econoom over de realiteit achter de groeiverhalen: mobiliteit, woningbouw, netcongestie, talent, bereikbaarheid. “Wie een topcampus wil bouwen, moet zich ook bemoeien met alles wat daaromheen gebeurt.” Zeker nu de campus de komende jaren fors uitbreidt. “Campusontwikkeling stopt niet bij de grenzen van de campus,” was een van de centrale boodschappen van de ochtend.
Van losse delen naar één integrale campus
Die groei krijgt inmiddels een duidelijker ruimtelijke vorm. Cluster 1 is het bestaande hart van de campus, waar bedrijven, onderwijs en gedeelde faciliteiten al samenkomen. Cluster 2 moet de volgende stap worden. Aan de noordzijde komt bovendien een aparte ASML-invulling, terwijl het gebied daartussen voorlopig de werktitel “BIC Mix” draagt: een overgangszone waarvan nog niet vastligt of die meer ASML, meer BIC of een combinatie van beide wordt.
Juist dat tussenstuk is veelzeggend. Het laat zien dat de campus nog niet “af” is, maar in ontwerp blijft. ASML benadrukte tijdens de sessie dat Brainport Industries Campus interessant is omdat hier iets mogelijk is wat in Veldhoven veel moeilijker werd: niet organisch achteraf bijsturen, maar vanaf het begin nadenken over schaal, bereikbaarheid, impact op de omgeving en aansluiting op de rest van de campus. “Waar de Veldhovense groei in de loop der jaren steeds meer druk op de omgeving zette, biedt Brainport Industries Campus de kans om een ander type campus te bouwen: geïntegreerder, flexibeler en beter verbonden met de regio.”

@ Bram Saeys
Dat vraagt wel om één gedeeld verhaal. Smulders sprak expliciet over de noodzaak om “als één BIC” naar buiten te treden. Niet als een verzameling bouwdelen of kavels, maar als een samenhangende campus waar denken, ontwikkelen en maken op één plek samenkomen.
Niet alleen kennis, maar vooral ook maken
Dat laatste was misschien wel de krachtigste onderstroom van de bijeenkomst. In veel discussies over innovatie ligt de nadruk op kennis, startups en R&D. Tijdens het werkontbijt klonk een ander accent: kennis is essentieel, maar maken blijft de kern. Smulders verzette zich tegen het idee dat productie slechts de uitrol is van ideeën die elders ontstaan. Volgens hem is juist de combinatie van bedenken én maken de onderscheidende kracht van deze regio.
Dat beeld werd in de panelgesprekken verder aangescherpt. Edward Voncken, CEO van KMWE en een van de boegbeelden van Cluster 1, wees erop dat internationale bezoekers niet naar Eindhoven komen voor “nog een campusgebouw”, maar voor de samenwerking in de keten. De echte waarde zit volgens hem in het vak van industrialiseren: de stap van slim ontwerp naar reproduceerbare, hoogwaardige productie. Dat is precies het domein waarin Brainport wereldwijd opvalt.
John Blankendaal van Brainport Industries sloot daarbij aan. Voor hem is Brainport Industries Campus pas een echte campus als educatie, ontwikkeling en productie onder één dak samenkomen. De gedeelde faciliteiten, fieldlabs en ontmoetingsplekken maken iets mogelijk dat losse bedrijven op een bedrijventerrein niet kunnen organiseren. De campus moet een “wow-factor” hebben, zei hij, maar wel een wow-factor die voortkomt uit inhoud: uit wat er gezamenlijk wordt geleerd, getest en gemaakt.
Die nadruk op maken is niet nostalgisch, maar strategisch. In een tijd van geopolitieke spanning, druk op productiviteit en oplopende personeelstekorten wordt de vraag urgenter hoe Europa zijn maakcapaciteit behoudt. Robotisering, AI, digitalisering en fab automation kwamen daarom steeds terug als voorwaarden om concurrerend te blijven.
Groei? Ja, maar niet zonder keuzes
Tegelijk was er weinig triomfalisme in de zaal. Vrijwel iedereen erkende dat de Brainportgroei haar grenzen raakt. Cees-Jan Pen, die het eerste panel mee kleurde, hield een pleidooi om de schaalsprong van de regio te koesteren, maar wel met een veel scherper ruimtelijk-economisch verhaal. Niet alleen meer woningen, niet alleen meer banen, maar keuzes over waar welke economische activiteiten het beste landen, ook buiten de directe Eindhovense kern. “En altijd in een goede balans met bedrijventerreinen. Daar schort het momenteel helaas aan: er is heel veel aandacht voor woningbouw maar nauwelijks voor bedrijventerreinen. Laat staan in onderlinge samenhang.”
Daarmee verbreedde de discussie zich vanzelf naar Zuidoost-Nederland als geheel. Als Brainport blijft doorgroeien, welke functies moeten dan per se hier zitten en welke kunnen net zo goed landen in bijvoorbeeld Tilburg, Weert, Venlo of Born? Pen waarschuwde impliciet voor een toekomst waarin alles zich blijft ophopen rond Eindhoven, zonder dat daar een regionaal verhaal tegenover staat.
Gedeputeerde Martijn van Gruijthuijsen onderkende die spanning. Besturen in Nederland is gelaagd en stroperig, zei hij in verschillende bewoordingen, en juist daarom moet het gesprek over keuzes vroeg worden gevoerd, mét draagvlak. Ook hij benadrukte dat schaarste het centrale begrip is geworden: schaarste aan ruimte, aan energie, aan infrastructuur, aan mensen. Dat dwingt tot selectie, al is die politiek zelden eenvoudig.
ASML vulde dat vanuit het bedrijfsleven aan met een oproep tot rolzuiverheid én verantwoordelijkheid. Het bedrijf ziet zichzelf nadrukkelijk als “kind van de regio” en investeert mee in collectieve oplossingen, bijvoorbeeld via het Brainport Partnerfonds en woningbouwinitiatieven. Maar ASML wil niet op de stoel van de overheid gaan zitten. De boodschap was helder: we hebben elkaar nodig, maar ieder vanuit de eigen rol. “Wij gaan geen artsen opleiden.”
Diversificatie: minder afhankelijk worden zonder de kern los te laten
De derde grote vraag van de ochtend was of Brainport verder moet diversifiëren. Robert-Jan Marringa van Brainport Development bracht daar nuance in. Ja, de regio is sterk verweven met semicon; ja, het aandeel van die keten groeit verder. Maar dat hoeft niet problematisch te zijn zolang de afhankelijkheid beheersbaar blijft en de rest van de economie gezond genoeg is.

Robert-Jan Marringa © Bram Saeys
In de diversificatiestrategie van Brainport staan naast semicon ook energiesystemen en defensie hoog op de agenda. Daarbij ging het niet om een keuze tégen semicon, maar om de vraag hoe de bestaande maakcompetenties breder inzetbaar worden. Blankendaal en Voncken waren daar duidelijk over: wie in Brainport complexe machines, modules en productiesystemen kan bouwen voor semicon, kan die kennis ook toepassen in energie, medtech, defensie of agritech.
De rode draad was daarom niet: minder semicon. De rode draad was: behoud en versterk de maakbasis, zodat diversificatie mogelijk wordt vanuit kracht. Of zoals Voncken het feitelijk samenvatte: als je goed kunt maken, volgt verbreding vanzelf.

@ Bram Saeys
De campus als vuurtoren, maar dan met licht dat ook dichtbij schijnt
Aan het einde van de ochtend bleef één beeld hangen: dat van de vuurtoren. BIC als lichtpunt voor de regio, zichtbaar tot ver daarbuiten. Maar, zo werd ook gezegd, het licht van een vuurtoren schijnt ver en vlakbij kan het dan donker blijven. Precies daar ligt de opgave voor de volgende fase van Brainport Industries Campus.
De campus moet internationaler worden, meer sleutelspelers aantrekken en uitgroeien tot een plek waar ook Cluster 2 mondiale betekenis krijgt. Maar tegelijk moet zij de regio meenemen: het MKB, de dorpen, de ondernemers buiten de campus, de mensen die nu vooral “een bedrijf” zien waar anderen een ecosysteem zien.
De ontwikkeling van Cluster 2 is daarmee geen gewoon uitbreidingsproject. Tussen Cluster 1, BIC Mix en BIC Noord ontstaat een proefopstelling voor de volgende fase van Brainport: een regio die verder groeit, maar alleen houdbaar blijft als zij tegelijk leert kiezen, delen, spreiden en samenwerken.
