Bluetooth-uitvinder: ‘Ik droomde ervan om architect te worden’
In het drieluik De jonge jaren van een uitvinder onderzoeken we hoe de jeugd van uitvinders eruitzag en welke ervaringen hen vormden.
Published on August 3, 2026

Jaap Haartsen
Onze DATA+ expert en hoofdredacteur Elcke Vels duikt in AI, cyber security en innovatie. In haar ‘What if…’ column verkent ze gedurfde scenario’s buiten de status quo.
Oude radio’s slopen, experimenteren met modeltreinen en eindeloos waarom-vragen stellen. De jonge Jaap Haartsen wilde vooral één ding begrijpen: hoe werkt de wereld? Die nieuwsgierigheid zou later uitgroeien tot de basis van een uitvinding die de wereld veranderde: Bluetooth.
Bluetooth is tegenwoordig zo vanzelfsprekend dat we er nauwelijks nog bij stilstaan. Een koptelefoon die draadloos verbinding maakt met een telefoon, een smartwatch die gegevens doorstuurt of een auto die muziek afspeelt: de technologie is overal. De eerste officiële versie verscheen in 1999, na jaren van onderzoek en ontwikkeling.
.png&w=2048&q=75)
Aan de basis van die wereldwijde doorbraak stond de Nederlandse uitvinder Jaap Haartsen. Maar voordat hij technische systemen ontwierp die wereldwijd gebruikt zouden worden, was hij een ‘gewone’ jongen uit Monster, een dorpje onder de rook van Den Haag. Daar bracht hij zijn jeugd door. Voor de middelbare school fietste hij dagelijks naar Den Haag.
-1.jpg&w=2048&q=75)
Jaap Haartsen, 6 of 7 jaar oud.
‘Ik zei vaak: dat geloof ik niet’
Welke eigenschappen had het jongetje uit Monster die later zo bepalend zouden blijken voor zijn werk als uitvinder? Dagdromers en stille denkers: het zijn eigenschappen die vaak aan uitvinders worden toegeschreven. Bij de jonge Haartsen viel vooral iets anders op. Hij wilde heel graag begrijpen waarom dingen waren zoals ze waren.
“Ik was zeker een eigenwijs jongetje”, zegt Haartsen. “Ik zei vaak: dat geloof ik niet. Mensen werden daar soms wel een beetje gek van”, zegt hij lachend. Die eigenschap had hij overigens niet helemaal van een vreemde. “Mijn vader kon er ook wat van.”
Achter dat eigenwijze zat vooral nieuwsgierigheid. “Ik wilde altijd weten hoe dingen werken en waarom ze op een bepaalde manier werken. Als kind dook ik graag in boeken over natuurkundige verschijnselen en techniek. We hadden thuis boekjes over natuurkundige onderwerpen. Daar zat ik altijd in te neuzen.”
Van modeltreinen naar uitvindingen
Die nieuwsgierigheid bleef niet beperkt tot lezen. Haartsen wilde zelf experimenteren. Zijn zolderkamer werd een plek waar hij kon uitproberen wat er mogelijk was.
Met modeltreinen kon hij zich uren vermaken. Toen hij 11 of 12 was, liep hij tegen een technisch probleem aan: waarom konden twee locomotiefjes op hetzelfde spoor niet onafhankelijk van elkaar rijden? Met de kennis van elektronica die hij op jonge leeftijd opdeed, bedacht hij een oplossing met diodes en wisselstroom. “Zo lukte het me om beide treintjes afzonderlijk te besturen. Dat was in zekere zin mijn eerste uitvinding.”
Ook radio’s en televisies moesten eraan geloven. “Ik wilde gewoon weten: hoe zit dat ding in elkaar?” In die tijd waren elektronische apparaten nog opgebouwd uit losse onderdelen. “Je zag een speaker en allerlei andere componenten. Tegenwoordig zit alles geïntegreerd in een chip en zie je alleen nog maar een klein doosje. Maar toen kon je nog goed zien hoe dingen werkten. Dat vond ik heel interessant.”
Zijn fascinatie voor techniek werd ook gevoed door zijn vader. Vader Haartsen werkte bij Siemens, een groot Duits technologiebedrijf dat zich bezighield met onder meer elektronica en elektromotoren. Techniek was daardoor een vanzelfsprekend onderdeel van zijn omgeving.
‘Ik wilde architect worden’
Techniek fascineerde hem, maar als kind zag Haartsen zichzelf nog niet als uitvinder. Zijn eerste grote droom lag ergens anders. “Ik droomde ervan om architect te worden.” Naast de experimenten met zijn modeltreinen en het losmaken van de radio’s, zag hij soms urenlang gebogen over een vel papier. “Nee, ik tekende toen geen technische systemen. Vooral gebouwen, landschappen, dat soort dingen. Gewoon, wat in mijn fantasie opkwam.”
Achteraf ziet Haartsen meer overeenkomsten tussen die kinderdroom en zijn latere carrière. In beide gevallen draait het om iets te ontwerpen dat nog niet bestaat. “Eigenlijk ben ik nu ook een soort architect. Alleen ontwerp ik geen gebouwen meer, maar technische systemen.”
Van tekeningen naar Bluetooth
Technische systemen ontwerpen: dat bleek de juiste richting. Op de middelbare school merkte Haartsen dat vooral de exacte vakken hem goed lagen. Een studie elektrotechniek aan de TU Delft was daarna een logische volgende stap. Na zijn studie en zijn promotie in 1990 begon hij aan een internationale carrière bij Ericsson.
Eerst werkte hij in de Verenigde Staten aan mobiele communicatiesystemen. Later verhuisde hij naar Zweden, waar hij bij Ericsson in Lund terechtkwam. Daar kreeg hij een vraagstuk dat precies aansloot bij zijn manier van denken: hoe kunnen apparaten op korte afstand draadloos met elkaar communiceren?
Het antwoord daarop groeide uiteindelijk uit tot Bluetooth. Haartsen bedacht de technische basis, werkte mee aan de ontwikkeling van de standaard en kreeg meerdere patenten op de technologie. Nog steeds is hij er niet klaar mee. Hij werkt aan verschillende projecten die erop voortborduren. Met zijn bedrijf Dopple ontwikkelt hij bijvoorbeeld op maat gemaakte oortjes, specifiek ontworpen voor gehoorbescherming in industriële omgevingen.
Dezelfde nieuwsgierigheid thuis
Een jongen die ooit gebouwen tekende op papier, ontwierp uiteindelijk dus de onzichtbare structuur waarmee miljarden apparaten wereldwijd met elkaar kunnen communiceren. Een ogenschijnlijk gewone jongen uit Monster, met een onbezorgde jeugd. Maar wel een jongen met een flinke dosis nieuwsgierigheid die hem al vroeg kenmerkte.
Die nieuwsgierigheid ziet hij nu overigens ook terug in zijn eigen kinderen. Hij heeft er drie. “Allemaal volgden ze een universitaire opleiding. Eén zelfs van de TU Delft. De oudste is inmiddels gepromoveerd en de jongste werkt daar naartoe.” Met een tevreden glimlach voegt hij daar aan toe: "Ik ben hartstikke trots op ze, op alle drie."
