Logo

AI verandert de werkvloer, maar bedrijven veranderen traag

AI versnelt besluitvorming en uitvoering bij bedrijven, maar verandert de manier van werken nog lang niet overal fundamenteel.

Published on November 4, 2026

AI

©peakoutsourcing

AI maakt bedrijven efficiënter, maar verandert de manier waarop organisaties functioneren vooralsnog beperkt. Dat blijkt uit het internationale onderzoek The State of AI in the Enterprise 2026 van Deloitte.

Voor het onderzoek ondervroeg Deloitte 3.500 zakelijke leiders uit 25 landen. Hoewel 81 procent zegt dat AI de snelheid van besluitvorming en uitvoering heeft verbeterd, gebruikt slechts 25 procent de technologie voor een ingrijpende transformatie van de bedrijfsvoering. De organisatorische verandering blijft daarmee achter op de technologische vooruitgang.

Volgens Deloitte ligt de uitdaging niet langer bij de beschikbaarheid van AI, maar bij het aanpassen van werkprocessen, bedrijfsmodellen en besluitvorming om de mogelijkheden beter te benutten.

AI verandert het werk

Zestig procent van de ondervraagde organisaties heeft functies in enige of redelijke mate opnieuw ingericht rondom AI. Ingrijpende veranderingen blijven echter uitzonderlijk: slechts 15 procent spreekt van uitgebreide of volledige aanpassingen. Ook geeft maar 15 procent aan dat AI heeft geleid tot een significante of fundamentele verandering in de besluitvorming.

Een voorbeeld uit het rapport is een bekende meubelretailer die een AI-tool introduceerde waarmee klanten kamers konden ontwerpen. De technologie verving de menselijke ontwerpers niet, maar veranderde hun taken. Door bijscholing kregen zij een andere rol en meer toegevoegde waarde. Een leidinggevende omschreef dit als het optimaliseren van het personeelsbestand, niet als het terugdringen ervan.

Bij andere organisaties werken medewerkers dankzij AI wel sneller, maar doorlopen ze nog steeds dezelfde goedkeuringsprocedures. De technologie versnelt dan het bestaande proces zonder het wezenlijk te veranderen. Volgens Deloitte moeten bedrijven daarom niet alleen kijken welke taken ze kunnen automatiseren, maar ook hoe werkzaamheden, verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden anders kunnen worden ingericht.

Controle over AI

Naarmate AI-systemen zelfstandiger worden, groeit het belang van duidelijke afspraken over verantwoordelijkheid. Veertig procent van de organisaties laat AI in enige of redelijke mate zelfstandig beslissingen nemen of acties uitvoeren zonder menselijke goedkeuring. Toch is bij 23 procent onduidelijk wie verantwoordelijk is wanneer een AI-systeem een negatief resultaat veroorzaakt.

Dat vraagt om toezicht dat aansluit bij wat een systeem mag doen. Een AI-tool die alleen aanbevelingen doet, vraagt om andere controles dan een systeem dat zelfstandig acties uitvoert. Bedrijven moeten daarom vastleggen wie verantwoordelijk is, wanneer menselijke goedkeuring nodig is en wanneer een systeem een beslissing moet voorleggen aan een medewerker.

Ook de onderliggende technologie en infrastructuur spelen een rol. Zo vindt 74 procent van de organisaties het belangrijk dat data en rekenkracht binnen bepaalde geografische regio's beschikbaar blijven. Daarnaast maakt 62 procent zich zorgen over de afhankelijkheid van buitenlandse AI-technologie en aanbieders van rekenkracht. Deloitte noemt dit Sovereign AI: het behouden van digitale autonomie en het beperken van geopolitieke afhankelijkheden.

Om die controle te behouden, kijken organisaties naar eigen AI-capaciteiten, regionale leveranciers en private cloud- of on-premises infrastructuur. Keuzes over technologie, infrastructuur en toezicht worden daarmee steeds belangrijker voor de bedrijfsstrategie.

Physical AI groeit sneller dan de beschikbare expertise

Niet alleen softwarematige AI krijgt een grotere rol binnen bedrijven. Ook Physical AI, waarbij AI wordt gecombineerd met sensoren, robots en intelligente machines, wint terrein. Momenteel gebruikt 25 procent van de onderzochte organisaties deze technologie in enige of redelijke mate. Naar verwachting stijgt dat aandeel binnen twee jaar naar 48 procent.

Een voorbeeld uit het rapport is een Europees chemiebedrijf dat een robot inzet om fabrieksactiviteiten te monitoren. De robot kan zelfstandig zijn positie bepalen en de omgeving interpreteren, maar vervangt medewerkers niet volledig. Ook een infrastructuurbedrijf kiest voor samenwerking tussen mens en machine: het automatiseert repetitieve werkzaamheden, terwijl een medewerker verantwoordelijk blijft voor de goedkeuring.

De groei van Physical AI legt wel een tekort aan kennis en vaardigheden bloot. Slechts 19 procent van de bedrijven beoordeelt de eigen expertise als hoog of zeer hoog. De technologie vraagt om kennis van robotica, hardware-integratie en veiligheid. Bedrijven die deze expertise al in huis hebben, lopen voorop: 64 procent gebruikt Physical AI in enige of redelijke mate en bij 28 procent is de technologie uitgebreid in gebruik of volledig geïntegreerd.

Meer waarde uit AI halen

De onderzoeksresultaten wijzen op dezelfde uitdaging: bedrijven zetten AI steeds breder in, maar de organisatorische veranderingen die nodig zijn om de technologie optimaal te benutten, blijven achter.

Volgens Deloitte moeten bedrijven meer waarde uit AI halen door werk en beslissingsbevoegdheden opnieuw in te richten. Dat vraagt om inzicht in AI-kosten, een koppeling met commerciële resultaten en passende governance. Ook moeten bedrijven expertise opbouwen voor Physical AI en controle over data, infrastructuur en leveranciers behouden. Zo kunnen ze AI veilig opschalen en beter benutten voor groei en innovatie.