8 Nederlandse klimaatinnovaties voor de toekomst
Deze Nederlandse innovaties laten zien hoe materiaal, ontwerp en technologie samen kunnen bijdragen aan een klimaatbestendige toekomst.
Published on July 24, 2026

Photo: Aectual
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Van paddenstoelenleer en 3D-geprinte interieurs tot algenparels, CO₂-verwijdering en biobased chemie: deze Nederlandse innovaties laten zien hoe materiaal, ontwerp en technologie samen kunnen bijdragen aan een klimaatbestendige toekomst.
Klimaatinnovatie gaat allang niet meer alleen over windmolens, zonnepanelen en elektrische auto’s. Minstens zo belangrijk is de vraag waar onze spullen, gebouwen, kleding, interieurs, chemische grondstoffen en infrastructuur van gemaakt zijn. Kunnen we produceren zonder afval? Kunnen we bouwen zonder eindeloze hoeveelheden beton, staal en fossiele grondstoffen? Kunnen we water zuiveren met levende systemen? En kunnen we CO₂ niet alleen vermijden, maar ook weer uit de lucht halen?
.png&w=2048&q=75)
In Nederland ontstaan op al die fronten nieuwe antwoorden. Sommige zijn al commercieel actief, andere bevinden zich nog in een vroege fase. Maar samen laten ze zien hoe breed klimaatinnovatie is geworden: van hightechmachines tot natuurlijke materialen, van circulaire architectuur tot algen in waterzuiveringssystemen.
De principes achter de circulaire economie zijn niet nieuw voor Nederland. Het in 2006 geïntroduceerdeCradle to Cradle-conceptbracht een storm van activiteiten op gang. Nederland heeft dat gedachtegoed expliciet uitgedragen en op de agenda gezet binnen de EU, en daarmee zichzelf in een voorlopersrol geplaatst. Dat heeft uiteindelijk ook geresulteerd in het Nationaal Programma Circulaire Economie, met als doel in 2050 volledig circulair te zijn.
Precies daarom stemmen deze acht voorbeelden extra hoopvol. Niet omdat ze het hele klimaatprobleem in één keer oplossen, maar omdat ze passen in een traditie die al voor een vruchtbare bodem heeft gezorgd.
1. Mycotex by NEFFA: materialen die groeien in plaats van worden gemaakt
De mode- en interieurindustrie zijn grootverbruikers van materialen, energie, water en chemicaliën. Mycotex by NEFFA kiest een radicaal andere route: niet beginnen met geweven textiel, leer of kunststof, maar met mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen. Daaruit ontwikkelt het bedrijf biobased materialen die kunnen worden toegepast in mode, accessoires, schoenen, verlichting en sculpturale interieurobjecten.
Het vernieuwende zit niet alleen in het materiaal, maar ook in de productieketen. Mycotex werkt aan een geautomatiseerd proces waarin gepatenteerde myceliumformuleringen worden gecombineerd met 3D-robotische productie. Daardoor kunnen producten zonder traditionele knip-, naai- en assemblagestappen worden gevormd. Voor ontwerpers betekent dat meer vormvrijheid, voor de planeet minder afval en een composteerbare afloop van de levenscyclus.
Mycotex laat zien dat biomaterialen niet per se terug hoeven te keren naar een ambachtelijke niche. De ambitie is juist industrieel: een geautomatiseerde supply chain voor producten die groeien uit biologische grondstoffen en na gebruik terug kunnen naar de natuur. Daarmee wordt design niet alleen mooier of duurzamer, maar fundamenteel anders georganiseerd.
2. Aectual: circulaire interieurs uit de 3D-printer
Aectual maakt circulariteit zichtbaar. Het bedrijf gebruikt XL 3D-printtechnologie en digitale ontwerpsoftware om architectonische en interieurproducten te maken uit gerecyclede afvalmaterialen. Denk aan wanden, vloeren, schermen, meubels en andere ruimtelijke elementen. Na gebruik kunnen de producten worden teruggenomen, versnipperd en opnieuw geprint.
Dat klinkt als een technisch proces, maar de kracht van Aectual zit juist in de combinatie van technologie en esthetiek. Circulariteit wordt hier geen beperking, maar een ontwerpprincipe. Door digitale productie kunnen producten lokaal en op maat worden gemaakt, zonder dat elke aanpassing tot extra verspilling leidt. Het bedrijf werkt voor internationale merken en laat daarmee zien dat circulair design geen experiment aan de rand van de markt hoeft te blijven.
Aectual is volledig New Dutch: open, digitaal, schaalbaar en ontwerpgericht. Het bedrijf probeert niet alleen één product duurzamer te maken, maar ook een nieuw systeem te bouwen voor de manier waarop interieurs en architectonische elementen worden ontworpen, geproduceerd, gebruikt en opnieuw ingezet. De belofte verraadt de ambitie: afval wordt grondstof, maatwerk wordt schaalbaar, en design krijgt een tweede, derde of vierde leven.
3. JiTiBa: algen als bondgenoten in schoon water
Algen worden vaak gezien als een probleem. In sloten, meren en plassen kunnen ze wijzen op vervuiling, overmatige voedingsstoffen en slechte waterkwaliteit. JiTiBa Algae Technologies draait dat beeld om. De startup-in-wording gebruikt microalgen juist als hulpmiddel om water schoner te maken.
De technologie richt zich op effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dat water is wel gezuiverd, maar bevat vaak nog opgeloste nutriënten zoals stikstof en fosfor, en soms ook zware metalen zoals koper. Juist die restvervuiling draagt bij aan de slechte waterkwaliteit in Nederland. JiTiBa ontwikkelt modulaire systemen met zogenoemde algaepearls: gelachtige bolletjes met veilige microalgen die nutriënten opnemen met relatief weinig energie.
Het verhaal wordt extra interessant doordat de geoogste biomassa opnieuw waarde kan krijgen. Die kan dan weer dienen als grondstof voor biofuels of voor koolstofnegatieve materialen, zoals biocharbeton. Daarmee verbindt JiTiBa waterkwaliteit met circulariteit. Het is nog vroeg: de technologie vraagt om pilotvalidatie en opschaling. Maar de erkenning als een van de winnaars van Innovatiefste Student van Nederland 2025 laat zien dat hier een idee zit met maatschappelijke urgentie. De vijand in het water wordt een groene bondgenoot.
4. Loop Biotech: uitvaartproducten van mycelium
Zelfs het laatste product dat een mens gebruikt, kan opnieuw worden ontworpen. Loop Biotech uit Delft doet dat met de doodskist. Niet van hardhout, spaanplaat of metaal, maar van mycelium: het wortelnetwerk van paddenstoelen. De Loop Living Cocoon groeit als het ware, in plaats van dat hij wordt getimmerd. Na gebruik breekt hij af en keert hij terug naar de bodem.
Daarmee maakt Loop Biotech van de uitvaart een onverwachte plek voor klimaatinnovatie. Het bedrijf noemt zijn producten 100% natuurlijk, biologisch afbreekbaar en bodemverrijkend, en maakt naast kisten ook urnen en andere uitvaartproducten. De Living Cocoon is geschikt voor natuurbegrafenis, een traditionele begrafenis en crematie.
De kracht van dit verhaal zit in de culturele verschuiving. Circulariteit gaat hier niet over een gebouw, jas of verpakking, maar over een ritueel dat diep in onze samenleving zit. Loop Biotech stelt een ongemakkelijke vraag: als we ons leven duurzamer willen inrichten, waarom zou dat dan ophouden bij onze dood?
5. Carbyon: CO₂ uit de lucht halen
De meest radicale klimaatinnovaties beginnen soms met een eenvoudige gedachte: wat als we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook de uitstoot uit het verleden gaan opruimen? Dat is het terrein van Carbyon. De Eindhovense climate-tech startup ontwikkelt direct air capture-technologie: machines die CO₂ rechtstreeks uit de buitenlucht halen. Carbyon is daarmee niet de eerste die dat voor elkaar krijgt, maar wel op een manier die veel minder energie verslindt dan voorheen het geval was. Dat maakt hun product - de Carbyon GO - efficiënter en schaalbaarder dan alle andere.
Het bedrijf positioneert de Carbyon GO als bewijs dat zijn technologie technisch haalbaar is en als voorbode van betaalbare, schaalbare koolstofverwijdering. Een outdoor demonstrator op de High Tech Campus is daarvan het eerste resultaat.
Carbyon past bij het Brainport-verhaal: complexe technologie, maakbaarheid, opschaling en systeemambitie. Het bedrijf lost klimaatverandering niet alleen op met gedragsverandering of materiaalkeuzes, maar met een apparaat dat letterlijk de lucht als grondstof ziet. Om er vervolgens een CO₂-stofzuiger op los te laten.
6. Superuse Studios: circulaire architectuur begint bij wat er al is
In de klassieke bouw begint een project met een ontwerp, waarna materialen worden besteld om dat ontwerp mogelijk te maken. Superuse Studios draait die logica om. De Rotterdamse architecten vragen eerst: wat is er al? Welke staalprofielen, kozijnen, houtstromen, gevelpanelen of industriële restmaterialen liggen in de buurt te wachten op een tweede leven?
Villa Welpeloo werd een vroeg en beroemd bewijsstuk van die methode. Voor dit huis in Enschede onderzochten scouts welke materialen in de omgeving beschikbaar waren; het ontwerp ontstond vervolgens mede uit die vondsten. De Ellen MacArthur Foundation noemt het project een voorbeeld van bouwen met lokaal geoogste afvalmaterialen en beschrijft dat de woning voor een aanzienlijk deel uit hergebruikte materialen bestaat.
Superuse laat zien dat circulaire architectuur geen esthetische beperking hoeft te zijn. Integendeel: gevonden materialen kunnen nieuwe vormen, nieuwe constructies en nieuwe verhalen opleveren. De architect wordt geen inkoper van nieuw materiaal, maar een regisseur van bestaande waarde.
7. SaXcell: van oude kleding naar nieuwe vezels
De textielindustrie is een van de grote materiaalverslinders van onze tijd. Kleding wordt goedkoop geproduceerd, kort gedragen en vaak laagwaardig verwerkt of weggegooid. SaXcell uit Enschede probeert die lijn circulair te maken. Het bedrijf zet oud en gebruikt katoen via een duurzaam recycleproces om in nieuwe cellulosevezels, die vervolgens opnieuw tot textiel kunnen worden verwerkt.
In de pilotplant in Enschede wil SaXcell jaarlijks 750 ton oud en gebruikt katoen omzetten in cellulosevezels. Daarmee bouwt het bedrijf voort op kennis uit Saxion en de Twentse textieltraditie, maar met een heel andere bestemming: niet meer méér produceren uit nieuwe grondstoffen, maar hoogwaardige vezels terugwinnen uit wat er al is.
SaXcell maakt van textielafval geen schuldgevoel, maar een grondstof. Het laat zien dat circulariteit ook kan beginnen in de kledingkast: de vezel van gisteren wordt het garen van morgen.
8. Vertoro / Chemelot Circular Hub: biobased chemie als materiaaltransitie
Niet alle klimaatinnovaties zijn zichtbaar aan de buitenkant van een gebouw of product. Soms begint de verandering veel dieper, bij de moleculen waaruit materialen worden gemaakt. Vertoro, gevestigd op Brightlands Chemelot Campus, ontwikkelt technologie om houtige en agrarische reststromen om te zetten in biobased chemicaliën, materialen en brandstoffen. Het bedrijf werkt onder meer met lignine, een complexe stof uit biomassa die lange tijd vooral als restproduct werd gezien.
Daarmee past Vertoro in de bredere ambitie van Chemelot Circular Hub: de omslag van fossiele naar circulaire en biobased chemie. Waar circulair bouwen vaak begint bij zichtbare materialen, begint dit verhaal bij de grondstoffenbasis van de industrie zelf. Als kunststoffen, harsen, coatings en brandstoffen niet langer uit aardolie hoeven te komen, verandert de hele keten daarachter.
Vertoro is dus geen snel designverhaal, maar een systeemverhaal. Het laat zien dat de materiaaltransitie niet alleen gaat over hergebruik van wat we al hebben, maar ook over de vraag waar nieuwe materialen überhaupt vandaan komen. In Limburg wordt die vraag niet abstract gesteld, maar chemisch, industrieel en schaalbaar.
Klimaatinnovatie begint bij materiaalkeuzes
Samen laten deze voorbeelden zien dat klimaatinnovatie steeds vaker begint bij de materiële basis van onze samenleving. Waar komt een product vandaan? Hoe wordt het gemaakt? Hoeveel energie en afval vraagt dat proces? Wat gebeurt er na gebruik? En kan wat we nu nog afval noemen, straks opnieuw grondstof worden?
Mycotex, Aectual en SaXcell laten zien hoe materialen en design circulair kunnen worden. Superuse Studios verandert architectuur in een oefening in hergebruik. JiTiBa richt zich op de verborgen infrastructuur van water. Carbyon pakt de klimaatopgave bij de atmosfeer zelf aan. Vertoro laat zien dat zelfs de chemische basis van materialen opnieuw kan worden ontworpen. En Loop brengt circulariteit zelfs tot voorbij het leven zelf.
De rode draad is dat duurzaamheid hier niet wordt toegevoegd aan bestaande systemen, maar ingebouwd in het ontwerp. In grondstoffen, processen, ketens en verdienmodellen. Dat is misschien wel de belangrijkste Nederlandse klimaatinnovatie: niet één product dat de wereld redt, maar een nieuwe manier van maken. En met elk New Dutch schakeltje wordt de keten sterker.
