€73 mld vervuilingskosten: EU-industrie moet hervormen
De EU-industrie veroorzaakt jaarlijks €73 mld aan vervuilingskosten. Extra maatregelen zijn nodig om uitstoot te verminderen.
Published on February 25, 2026

Tata Steel's IJmuden plant - © Lex Noordhoff - Unsplash
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Zonder een ingrijpende industriële transformatie is emissiereductie en vermindering van vervuiling in Europa niet mogelijk, benadrukt het Europees Milieuagentschap (EEA) in een nieuwe analyse. Ondanks de daling van de broeikasgasemissies van energie-intensieve industrieën sinds 2005, is de vooruitgang recentelijk tot stilstand gekomen. De externe kosten van deze vervuiling, die voornamelijk verband houden met de gezondheid, bedragen maar liefst 73 miljard euro per jaar.
Onder de noemer energie-intensieve industrieën vallen onder andere de papier-, chemische en kunststofindustrie. Sinds 2005 is hun uitstoot van broeikasgassen (BKG) met 42% gedaald. Daarvan is er een aanzienlijke daling geweest in stikstof- en zwaveloxiden, evenals nikkel en dioxines.
“Om meer reducties te realiseren, moet de milieuwetgeving volledig worden geïmplementeerd en moeten emissie-intensieve processen ingrijpend worden veranderd, terwijl tegelijkertijd wordt gestreefd naar de ambities van de EU op het gebied van duurzaam concurrentievermogen”, aldus de briefing.
De analyse is opgesteld in het kader van de Clean Industrial Deal (CID) van de EU, die vorig jaar werd gepresenteerd met als doel de industriële transformatie te versnellen en tegelijkertijd duurzaam concurrentievermogen te ondersteunen.
Een kaart van vervuilingshotspots
De analyse van het EEA richt zich op belangrijke energie-intensieve sectoren: ijzer en staal, cement en kalk, aluminium, pulp en papier, glas en klei, en chemicaliën. Samen zijn zij verantwoordelijk voor meer dan 60% van de uitstoot van de verwerkende industrie in de EU.
Vlaanderen, Noord-Frankrijk en het Duitse Ruhrgebied worden aangemerkt als industriële vervuilingshotspots. In Nederland veroorzaakt de fabriek van Tata Steel in IJmuiden de hoogste externe luchtvervuilingskosten.
Volgens de analyse zou het ondersteunen van de transformatie in deze sectoren naar decarbonisatie, preventie van vervuiling en circulariteit voordelen opleveren voor het milieu en de volksgezondheid. Tegelijkertijd zou het omarmen van verandering het algehele concurrentievermogen van de EU versterken.
Wegen naar verandering
Het EEA-rapport identificeert belangrijke wegen naar industriële transformatie die nevenvoordelen bieden voor de preventie van vervuiling en klimaatmitigatie. Deze wegen omvatten elektrificatie, het gebruik van alternatieve grondstoffen en materialen, en het gebruik van secundaire grondstoffen. Elektrificatie, alternatieve brandstoffen en systeemoptimalisatie kunnen het energie-, grondstoffen- en waterverbruik verminderen, evenals de uitstoot en afval.
Alternatieve grondstoffen zoals koolstofarm ijzererts, duurzame biogebaseerde grondstoffen en groene waterstof kunnen ook de procesemissies verlagen. Daarnaast kunnen circulaire maatregelen, zoals het gebruik van secundaire grondstoffen en gesloten watercircuits, het gebruik van hulpbronnen en de uitstoot verminderen.
“Uit het verleden blijkt dat technologische verschuivingen doorgaans nevenvoordelen opleveren, maar ook compromissen tussen verontreinigende stoffen kunnen creëren, wat de noodzaak van een zorgvuldige, sectorspecifieke aanpak onderstreept. Beleid en projectondersteuning op het gebied van decarbonisatie moeten gericht zijn op het vinden van oplossingen met het grootste potentieel voor nevenvoordelen op het gebied van preventie van verontreiniging en circulariteit”, concludeert het rapport.
