691 chats met AI-Vincent: wat Van Gogh ons vertelt over innovatie
De makers noemen de app een nieuwe “interface” op Van Goghs brieven: een manier om associatief met zijn gedachtegoed in gesprek te gaan.
Published on August 22, 2026
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
De Nuenense AI-app ‘Vincent. Eén en al oor’, geïntroduceerd in oktober 2024, wordt inmiddels wereldwijd gebruikt. Uit een analyse van 691 gesprekken blijkt dat bezoekers lang niet alleen vragen naar zijn schilderijen. Ze praten met de virtuele Van Gogh ook over reizen, familie en emoties.
IO+ vroeg Vincent naar een onderwerp dat in zijn tijd volop in beweging was: innovatie en technologie. Zijn antwoorden blijken soms verbluffend goed terug te voeren op zijn brieven – maar laten ook zien waar historische bron en kunstmatige intelligentie uit elkaar beginnen te lopen.
.png&w=2048&q=75)
Wat was de belangrijkste innovatie van jouw tijd?
Het is niet bepaald de eerste vraag die je aan Vincent van Gogh zou verwachten. Toch heeft de digitale Vincent onmiddellijk een antwoord klaar.
“Waarde vriend, voor de wereld kies ik de spoorweg: hij verkort afstanden en jaagt het leven voort. Voor de schilderkunst echter zijn de verftubes het belangrijkst.” Dankzij die tubes, vervolgt hij, kon de kleur mee naar buiten, naar de velden en dorpen.

Dat klinkt behoorlijk overtuigend voor iemand die in 1890 stierf.
Alleen: deze Vincent is kunstmatige intelligentie.
Van 820 brieven naar een gesprek
De app Vincent. Eén en al oor werd eind oktober 2024 gelanceerd tijdens het CONNected Festival in Nuenen. Coöperatie OnsNet Nuenen maakte financiële ondersteuning mogelijk voor de verdere technologische ontwikkeling. Voor het AI-model worden studies over Van Gogh en zijn 820 bewaard gebleven persoonlijke brieven gebruikt.
Het initiatief komt van een team rond Rob Mulder, Tomas Snels, Bas Brinkman en Silviya Velkova. Hun ambitie is nadrukkelijk niet om te doen alsof Van Gogh uit de dood is opgestaan. Ze omschrijven het project zelf als een onderzoek naar de vraag in hoeverre AI een historische figuur realistisch en levendig virtueel kan herscheppen. De toepassing is nog steeds in ontwikkeling.
Sinds juni van dit jaar kunnen ook bezoekers van Van Gogh Village Nuenen de digitale Vincent aanspreken. In de koffiecorner van het museum kunnen ze via een QR-code meteen een gesprek beginnen over iets wat ze zojuist hebben gezien – of over een vraag die ze altijd al aan de schilder hadden willen stellen.
Volgens OnsNet Nuenen wordt de app inmiddels wereldwijd gebruikt. De ontwikkelaars hebben 691 geanonimiseerde gesprekken nader geanalyseerd. Dat levert een aardig inkijkje op in wat er gebeurt wanneer je een kunstenaar die al 136 jaar dood is ineens weer aanspreekbaar maakt.
Zonnebloemen winnen, maar niet alles gaat over kunst
Bijna een derde van de 691 gesprekken – 224 om precies te zijn – gaat primair over kunst of een verzoek rond een afbeelding. In 156 van die gesprekken wil de gebruiker vooral iets leren over Van Goghs kunst; 68 gaan meer in de richting van een beeld- of kunstverzoek.
Maar daarna volgt al snel iets heel anders. 168 gesprekken, ruim 24 procent, bestaan vooral uit smalltalk met Vincent. Biografie, plaatsen en reizen, en emoties of persoonlijke reflectie zijn ieder goed voor 74 gesprekken, ofwel 10,7 procent.
Dat laatste is misschien wel de opvallendste uitkomst. OnsNet ziet dat gebruikers niet alleen vragen hoe Van Gogh zich voelde, maar ook hun eigen emoties ter sprake brengen en vervolgens willen weten hoe hij met vergelijkbare gevoelens omging. De digitale schilder wordt daarmee behalve museumgids ook een soort gesprekspartner.
Wie wel over kunst begint, kiest opvallend vaak voor dezelfde iconen. Zonnebloemen wordt in 137 van de 691 gesprekken genoemd, De sterrennacht in 112 en De aardappeleters in 106. Daarna valt het aantal vermeldingen scherp terug: Irissen volgt met slechts 21 gesprekken.
Ook de personen om Van Gogh heen komen terug. Zijn broer Theo wordt in 188 gesprekken genoemd, Paul Gauguin in 81. En van alle plaatsen is Auvers-sur-Oise met 154 vermeldingen het populairst, gevolgd door Arles met 141. Nuenen staat met 114 gesprekken op de derde plaats – vóór Parijs en Saint-Rémy-de-Provence.
Dat is niet slecht voor een AI-experiment dat begon in het Brabantse dorp waar Van Gogh tussen 1883 en 1885 woonde en werkte.
De trein naar de sterren
Maar hoe reageert zo'n virtuele Van Gogh wanneer je hem niet naar zonnebloemen of zijn broer Theo vraagt, maar naar innovatie?
Op de vraag of hij zelf vaak met de trein reisde, vertelt AI-Vincent over reizen tussen steden als Den Haag, Parijs en Arles. Vervolgens maakt hij een merkwaardige sprong. Treinreizen konden volgens hem bijna voelen “als een reis naar een ster”. Als bron noemt hij brief 638.

Juist hier blijkt hoe sterk het concept kan werken. Want die verwijzing klopt.
In juli 1888 schreef Van Gogh vanuit Arles aan Theo over zijn fascinatie voor de sterren. Hij vroeg zich af waarom de lichtpunten aan de hemel minder bereikbaar zouden zijn dan de zwarte plaatsnamen op een kaart. Daarna volgde een van zijn opmerkelijkste zinnen in deze brief: “Just as we take the train to go to Tarascon or Rouen, we take death to go to a star.” Waarna hij concludeert: "What’s certainly true in this argument is that while alive, we cannot go to a star, any more than once dead we’d be able to take the train."
De chatbot vertaalt die existentiële vergelijking terug naar een gesprek over techniek. Wanneer ik vraag naar welke ster hij dan zou willen reizen, antwoordt de digitale Vincent dat hij geen specifieke ster bedoelt, maar “een lichtende verte” waar het raadsel van leven en dood rustiger wordt.

Het is geen citaat van Van Gogh. Maar het ligt opvallend dicht bij wat hij in die brief probeerde uit te drukken.
Fotografie? De ziel laat zich niet zomaar vervangen
Ook andere negentiende-eeuwse innovaties passeren de revue. AI-Vincent noemt gaslicht, drukkunst en fotografie. Vooral dat laatste medium levert een karakteristiek antwoord op: fotografie kende hij, zegt hij, maar die kon “nimmer de trillende ziel der natuur vervangen”.

Daarna komt de grote industriële omwenteling ter sprake. Hoe keek Van Gogh naar de stoommachine en de opkomst van massaproductie?
De virtuele schilder bewondert de kracht van de machine, maar wantrouwt een samenleving waarin winst “den mensch vermorzelt”. Hij verwijst naar zijn ervaringen met mijnwerkers en sluit af met een haast hedendaagse uitspraak: “Geen fabriek mag belangrijker zijn dan hun waardigheid.” Als bron geeft hij brief 151.

Ook hier zit een echte historische kern onder het AI-antwoord. In die brief uit april 1879 beschrijft Van Gogh hoe hij zes uur doorbracht in de beruchte mijn Marcasse in de Borinage. Hij zag er de gevaren waaronder mijnwerkers leefden en schreef dat het vooral kinderen – jongens én meisjes – waren die de losgehakte kolen in kleine wagons laadden.
Maar de formulering over winst die de mens vermorzelt en de waardigheid die boven de fabriek moet staan, staat niet letterlijk in die brief. Daar maakt de AI een interpretatieve sprong: uit Van Goghs gedocumenteerde ervaringen en sociale betrokkenheid construeert hij een antwoord op een vraag die Van Gogh zelf nooit op deze manier kreeg.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een AI die soms ook gewoon ‘ik weet het niet’ zegt
Interessant genoeg durft de app dat soms ook toe te geven.
Wanneer ik vraag of Van Goghs eigen kleding uit industriële fabrieken afkomstig was, antwoordt hij dat hij dat niet met zekerheid kan zeggen. Zijn kleding werd gekocht of hersteld; waar die precies geproduceerd was, wist hij doorgaans niet.

Vervolgens maakt de AI er wel weer een typisch Vincentiaanse gedachte van: “men draagt het werk van onbekende handen, terwijl men hun leven nauwelijks ziet.”
Die zin is niet afkomstig uit een brief. Maar als gespreksinterface werkt hij: de technologie gebruikt historische kennis niet alleen om feiten terug te halen, maar ook om een plausibele lijn tussen Van Goghs wereld en een hedendaags onderwerp als productieketens te trekken.
Precies daarin zit zowel de aantrekkingskracht als het risico van dit soort toepassingen.
Niet iedere bronverwijzing is even precies
Dat blijkt ook uit het antwoord over de verftube. AI-Vincent noemt die meteen als misschien wel de belangrijkste innovatie voor de schilderkunst en verwijst naar brief 252.
In die brief schrijft Van Gogh inderdaad uitvoerig over verf, kleurentheorie, werken naar de natuur en het maken van studies in de buitenlucht. Maar hij zegt daar niet dat de uitvinding van de verftube het buitenschilderen mogelijk maakte.
Andere brieven laten wel degelijk zien hoe praktisch belangrijk tubes voor hem waren. Een maand later beschrijft hij bijvoorbeeld hoe hij buiten schilderde, grote hoeveelheden verf gebruikte en snel moest werken omdat het lichteffect alweer verdween. Hij vermeldt daarbij expliciet de tubes waaruit hij zijn verf gebruikte.

De conclusie van de chatbot is dus historisch goed voorstelbaar, maar de gegeven bron is minder precies dan het antwoord doet vermoeden.
Dat is geen detail. Juist doordat de applicatie links naar originele brieven aanbiedt, ontstaat bij de gebruiker een sterke indruk van betrouwbaarheid. Een bronverwijzing maakt een AI-antwoord echter nog geen citaat.
‘De machine was achtergrond, nooit meester’
Mijn laatste vraag aan Vincent luidt daarom bijna onvermijdelijk: had hij liever in een tijd zonder al die moderne technologieën geleefd?
“Neen, niet geheel”, antwoordt hij. Nieuwe kunst en nieuwe kleuren hadden hem wakker geschud, maar tegelijkertijd verlangde hij naar natuur, stilte en eenvoud. Zijn samenvatting: “Vooruitgang is goed, zoolang zij den mensch niet verstikt.”

Ook hier is die slotzin door de AI gemaakt. Maar de onderliggende houding is niet uit de lucht gegrepen. In een brief uit 1887 aan zijn zus Willemien benadrukte Van Gogh juist hoezeer kunst van zijn eigen tijd levendig, intens en sterk van kleur moest zijn. Hij was dus bepaald geen kunstenaar die alleen naar het verleden keek.
Dat maakt Vincent. Eén en al oor interessanter dan een digitale gimmick waarbij een historische beroemdheid een paar ingestudeerde antwoorden opdreunt. De 691 geanalyseerde gesprekken laten zien dat gebruikers de ruimte benutten die ontstaat zodra een archief niet langer alleen doorzoekbaar is, maar terugpraat.
De makers noemen het zelf een nieuwe “interface” op Van Goghs brieven: een manier om associatief met zijn gedachtegoed in gesprek te gaan. Dat lijkt ook de beste manier om de app te benaderen. Niet als een spiritistische seance waarbij Vincent eindelijk vertelt wat hij werkelijk dacht, maar als een AI-laag bovenop een uitzonderlijk rijk historisch archief.
En misschien heeft de virtuele Vincent zelf daar wel de beste formulering voor. Wanneer ik vraag of hij technologie ooit in zijn schilderijen afbeeldde, antwoordt hij dat spoorbruggen, rijtuigen en gaslicht wel degelijk in zijn wereld verschenen.
“De machine was voor mij achtergrond, nooit meester.”
Het is geen echte Van Gogh-quote.
Maar als ontwerpprincipe voor AI had hij slechter kunnen zijn.

