{"id":203860,"date":"2020-01-14T10:00:06","date_gmt":"2020-01-14T09:00:06","guid":{"rendered":"https:\/\/innovationorigins.com\/?p=203860"},"modified":"2020-01-14T10:00:06","modified_gmt":"2020-01-14T09:00:06","slug":"blades-of-glory-high-tech-helpt-de-bladerunner","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/blades-of-glory-high-tech-helpt-de-bladerunner\/","title":{"rendered":"Blades of Glory: High Tech helpt de bladerunner"},"content":{"rendered":"<p><span style=\"font-weight: 400;\">Mensen dezelfde kansen geven om te kunnen rennen, dat is wat de Duitse Felix Plappert wil. Als student elektrotechniek werkte hij aan het project \u201cBladerunner 2020\u201d van het onderzoekscentrum imec Nederland. Met de blade, ook wel sprintlepel genoemd, kunnen mensen die een been missen toch rennen. Zo\u2019n technisch wonder maken, dat is een kostbaar proces. Het is dan ook niet voor iedereen is weggelegd er een aan te schaffen. Daar willen Plappert en Eva Wentink, senior biomedisch ingenieur imec Nederland, verandering in aanbrengen. Ze ontwikkelden sensoren die tijdens het lopen meten hoever de blade inveert.\u00a0<\/span><\/p>\n<h3>Springveer<\/h3>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Anders dan een normale prothese veert de blade in geeft de energie die daarna vrijkomt aan de loper. Gemaakt van tachtig tot negentig lagen koolstofvezels is het een zeer stug stukje techniek. Pas als je er je volle gewicht opzet veert hij in, legt Wentink uit. \u201cHet werkt eigenlijk net zo als een springveer.\u201d\u00a0<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">In stilstand is de blade langer dan het gezonde been. \u201cAls je gaat rennen moet je eerst op snelheid komen om de ideale invering te krijgen\u201d, gaat Plappert verder. Bij de een is dat bij tien kilometer per uur bij de andere bij een snelheid van twaalf kilometer per uur. Er is weinig bekend over de interactie van de blade met het lichaam. Er is wel onderzoek naar de invering, maar dat gebeurt vooral in het lab, op een loopband, zegt Plappert. \u201cDat is toch anders dan in het veld.\u201d<\/span><\/p>\n<h3>Zelfstandig gebruiken<\/h3>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Een van de eisen voor de sensoren was dan ook dat een loper het systeem buiten kan gebruiken. Tijdens een training of wedstrijd, ongeacht de afstand. Wentink: \u201cEen 100 meter sprint of twee kilometer rennen of langer, dat moet niet uitmaken.\u201d En het moest vooral een makkelijk toepasbaar meetinstrument worden. \u201cDe loper moet het zelfstandig kunnen gebruiken, aanbrengen en uitlezen.\u201d<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Uiteindelijk zijn het een camera en bewegingssensoren geworden die je op de blade monteert. De camera meet tijdens de loop wat de blade doet, de sensoren meten de positie. Na de loop laad je de videos in en berekent een algoritme de invering, legt Wentink uit. Om te testen of het systeem werkelijk meet wat het zou moeten meten, voerden de twee eerst testen in het lab uit. Op een krachtplaat. Ook waren er testen op de atletiekbaan. Met een high speed camera aan de kant van de baan die data regisseert als je er voorbij loopt of voor staat te springen, zegt Wentink.\u00a0<\/span><\/p>\n<p><iframe loading=\"lazy\" title=\"&#039;Blades of Glory&#039; - Optimized running performance with technology\" src=\"https:\/\/player.vimeo.com\/video\/376116043?dnt=1&amp;app_id=122963\" width=\"1290\" height=\"726\" frameborder=\"0\" allow=\"autoplay; fullscreen; picture-in-picture; clipboard-write; encrypted-media; web-share\" referrerpolicy=\"strict-origin-when-cross-origin\"><\/iframe><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Eenmaal gevalideerd, was de laatste stap in het project de test met blade runners. Plappert: \u201cDie waren blij met dit onderzoek en vonden het leuk om te helpen.\u201d Onderzoek naar blades is schaars, de markt voor de blades is klein. \u201cIn Nederland zijn er zo\u2019n dertig mensen die een blade gebruiken\u201d, zegt Wentink.<\/span><\/p>\n<h3>&#8220;Keiharde waarheid&#8221;<\/h3>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Jacco Middelveldt is een van die bladerunners. Op op 32-jarige leeftijd, in 1993, brak hij zijn scheenbeen. Zestien operaties, verschillende ontstekingen en dystrofie later werd zijn onderbeen geamputeerd. Dat betekende een streep door zijn passies voetballen en motorrijden. \u201cHet was de keiharde waarheid.\u201d\u00a0\u00a0<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Zijn amputatie betekent echter niet dat Middelveldt zich achter zijn beperking verstopt, zo zegt hijzelf. Binnen het jaar fietste Middelveldt Luik-Bastenaken-Luik. Hij is de eerste Nederlander die op een blade de marathon uitliep, dat was tijdens de marathon van Rotterdam in 2010. Daarna volgden er nog twee. Ook is hij de eerste Nederlandse blade-runner die aan de 500 kilometer lange estafetteloop <\/span><i><span style=\"font-weight: 400;\">Roparun <\/span><\/i><span style=\"font-weight: 400;\">meedoet. Dit jaar staat die loop weer op zijn lijstje en rent hij voor de derde keer in twee dagen 68 kilometer.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">De slijtageslag van een marathon heeft hij nu wel gezien, vertelt hij. Obstacle runs zijn het tegenwoordig voor hem. Daar kan hij zijn ei in kwijt. \u201cHet heeft alles: techniek, snelheid, conditie, kracht.\u201d Dit jaar hoopt hij mee te doen aan het WK in Sochi.\u00a0<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Dat er met nieuwe technieken meer mogelijk wordt voor mensen met een prothese, vindt Middelveldt belangrijk. \u201cHet is voor je loopcomfort nodig dat je het gevoel hebt met twee normale benen te rennen. Dat is het allerbelangrijkste.\u201d De blade is stug en op een ongelijke weg met klinkers pak je elk kuiltje of steentje mee, zegt Middelveldt: \u201cJe bent constant aan het corrigeren.\u201d\u00a0<\/span><\/p>\n<h3>Hindernissen als rustmomenten<\/h3>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Een blade heeft geen functie zoals de enkel, gaat hij verder. \u201cDaarom is de corestability heel belangrijk.\u201d Die core zit bij Middelveldt wel goed. \u201cDe hindernissen van een obstacle run zijn voor mij eigenlijk de rustmomenten. Het lopen op ongelijk terrein is het moeilijkste. Maar ik vind het leuk om te laten zien: \u2018Jongens kijk naar de dingen die je wel kan.\u2019\u201d<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Dankzij een vergoedingsafspraak met de Drentse gemeente Westerveld (hij mocht de rolstoelvergoeding gebruiken voor de aanschaf van een blade) rent Middelveldt al sinds 2010 met een blade. Dat gebeurde mede met hulp van \u00d6ssur, een wereldwijd bedrijf dat non-invasie orthopedische hulpmiddelen ontwikkelt.<\/span><\/p>\n<figure id=\"attachment_203911\" aria-describedby=\"caption-attachment-203911\" style=\"width: 400px\" class=\"wp-caption aligncenter\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"wp-image-203911 size-medium\" src=\"https:\/\/archive.ioplus.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/01\/9d22291f-4c54-4e8a-a493-97f2aca32227-400x600.jpg\" alt=\"\" width=\"400\" height=\"600\" \/><figcaption id=\"caption-attachment-203911\" class=\"wp-caption-text\">Jacco Middelveldt \u00a9 Pixel Dizign<\/figcaption><\/figure>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Niet iedereen heeft een leverancier achter zich. \u201cOmdat de blade duur is, zijn mensen al blij als ze er een kunnen krijgen\u201d, vertelt imecs Eva Wentink. Zij kent voorbeelden dat recreanten er een krijgen van een professionele atleet voor wie de blade niet meer stijf genoeg is. \u201cDie stijfheid maakt dan voor die volgende gebruiker niet meer uit, als hij maar kan rennen.\u201d<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Met het meetsysteem van imec kunnen ook alle blade-lopers, professional of recreant, meten of hun blade nog voldoet. Wentink: \u201cDat hoeft niet te betekenen dat ze een nieuwe aan moeten schaffen. Je kunt de blade ook langer maken, wat niet zo voor de hand ligt, omdat je dan met schroeven moet gaan werken. Of je past de manier aan waarop de blade aan het lichaam zit.\u201d<\/span><\/p>\n<h3>Meer onderzoek<\/h3>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Maar voor het \u00fcberhaupt zover is, is er meer onderzoek nodig, zegt Wentink. Daarvoor is zij in gesprek met Papendal. \u201cUiteindelijk zou het mooi zijn als het een product wordt dat de lopers direct kunnen gebruiken. We zijn op zoek naar partners die ons daarbij willen helpen.\u201d<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Plappert studeerde met dit project af en wil graag verder in de wereld van protheses. Dit project was voor hem een unieke kans, zo zegt hij. De markt is zo klein dat er maar weinig bedrijven zijn die zich richten op blades. Terwijl rennen voor mensen met een prothese ook \u201cgewoon\u201d moet zijn, meent Plappert. \u201cEn ik vind het interessant dat we met technologie iets aan ons lichaam kunnen vervangen, dat zich over honderdduizend jaren heeft ge\u00ebvolueerd.\u201d\u00a0<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-weight: 400;\">Het project \u201cBlades of Glory\u201d valt onder het overkoepelende Vlaams-Nederlandse Nano4Sports project dat sensortechnologie gebruikt om slimme innovaties te ontwikkelen waardoor meer mensen langer en gezonder kunnen bewegen. Een Europese Interregsubsidie financiert Nano4Sports.<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mensen dezelfde kansen geven om te kunnen rennen, dat is wat de Duitse Felix Plappert wil. Als student elektrotechniek werkte hij aan het project \u201cBladerunner 2020\u201d van het onderzoekscentrum imec Nederland. Met de blade, ook wel sprintlepel genoemd, kunnen mensen die een been missen toch rennen. Zo\u2019n technisch wonder maken, dat is een kostbaar proces. [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1591,"featured_media":517410,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"advgb_blocks_editor_width":"","advgb_blocks_columns_visual_guide":"","footnotes":""},"categories":[96412],"tags":[94711,95065,97750,102664],"location":[],"article_type":[],"serie":[],"archives":[],"internal_archives":[],"reboot-archive":[],"class_list":["post-203860","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-health-nl-nl","tag-imec-nederland-nl","tag-interreg-nl","tag-nano4sports-nl-nl","tag-ossur-nl"],"blocksy_meta":[],"acf":{"subtitle":"","text_display_homepage":false},"author_meta":{"display_name":"Corine Spaans","author_link":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/author\/corine-spaans\/"},"featured_img":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-content\/uploads\/2020\/01\/Schermafbeelding-2020-01-13-om-15.33.50-300x162.png","coauthors":[],"tax_additional":{"categories":{"linked":["<a href=\"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/category\/health-nl-nl\/\" class=\"advgb-post-tax-term\">Health<\/a>"],"unlinked":["<span class=\"advgb-post-tax-term\">Health<\/span>"]},"tags":{"linked":["<a href=\"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/category\/health-nl-nl\/\" class=\"advgb-post-tax-term\">imec Nederland<\/a>","<a href=\"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/category\/health-nl-nl\/\" class=\"advgb-post-tax-term\">Interreg<\/a>","<a href=\"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/category\/health-nl-nl\/\" class=\"advgb-post-tax-term\">Nano4Sports<\/a>","<a href=\"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/nl\/category\/health-nl-nl\/\" class=\"advgb-post-tax-term\">\u00d6ssur<\/a>"],"unlinked":["<span class=\"advgb-post-tax-term\">imec Nederland<\/span>","<span class=\"advgb-post-tax-term\">Interreg<\/span>","<span class=\"advgb-post-tax-term\">Nano4Sports<\/span>","<span class=\"advgb-post-tax-term\">\u00d6ssur<\/span>"]}},"comment_count":"0","relative_dates":{"created":"Posted 6 years ago","modified":"Updated 6 years ago"},"absolute_dates":{"created":"Posted on January 14, 2020","modified":"Updated on January 14, 2020"},"absolute_dates_time":{"created":"Posted on January 14, 2020 10:00 am","modified":"Updated on January 14, 2020 10:00 am"},"featured_img_caption":"","series_order":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/203860","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1591"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=203860"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/203860\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/media\/517410"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=203860"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=203860"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=203860"},{"taxonomy":"location","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/location?post=203860"},{"taxonomy":"article_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/article_type?post=203860"},{"taxonomy":"serie","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/serie?post=203860"},{"taxonomy":"archives","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/archives?post=203860"},{"taxonomy":"internal_archives","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/internal_archives?post=203860"},{"taxonomy":"reboot-archive","embeddable":true,"href":"https:\/\/ioplus.nl\/archive\/wp-json\/wp\/v2\/reboot-archive?post=203860"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}